Aan je bestaan komt een eind, je dagen zijn geteld
nadat je in pracht en praal voluit bent opgeweld.
Het overleven is begonnen, tijd is zo geronnen.
Kracht glipt als zand door je vingers,
je reikt hongerig naar het licht.
Stralend in pracht en praal
je sporen rond strooien.
Nog iets geven,
voluit leven.
Uitgebloeid.
Leven gegeven
door uitbundige bloei.
In ronde rij gerangschikt
nadat je je fundamenten verloor.
Vooraleerst met gelijken op een hoop,
daar dan weer weg geplukt en meegenomen.
Daarna werd je dagelijks attent gevoed en verzorgd
en kreeg je een mooie plaats en bewonderende blikken.
Het zaadje gezaaid, door wind verwaaid, bloeiend leven dat verfraait.