Trees‘
Zwijmelen op Zaterdag
~ sinds 11-11-2017
~
voorheen bij Marja
(sinds 17-11-2012) ~ 15 juni 2019

 

Ik was 12 toen ik voor het eerst bij een koor kwam…  Nadat man en ik eenmaal een stelletje waren geworden voegde hij zich ook bij het koor.  Als hij volgens de dirigent niet genoeg volume toevoegde zei die altijd ‘toe maar Ivan’…  Deze herinneringen kwamen boven drijven toen ik 2 weken geleden uit het donkerste hoekje van onze zolder een grote koffer tevoorschijn haalde.  Eenmaal beneden opende man die koffer en bleek die vol te zitten met partituren van de diverse koren waarvan hij lid was geweest, niet alleen van ons gezamenlijk gemengd koor maar ook van de 2 mannenkoren.
De keuze voor vandaag valt dus op Ivan. Rebroff om precies te zijn.
Veel mensen denken altijd dat hij een Rus was maar dat is niet het geval. Hij werd geboren in Berlijn-Spandau als Hans Rolf Rippert op 31 juli 1931. Hij brak door in zijn rol als Tevje in de musical Anatevka in 1968. Vanwege zijn enorm stembereik, ruim 4,5 octaven maar liefst, werd hij al snel een veelgevraagd en gevierd zanger in diverse genres. De Russische volksmuziek is het genre waarmee hij bij het ‘niet-liefhebber-van-klassieke-muziek’ bekend werd. (Hij overleed op 27 februari 2008 in Frankfurt alhoewel hij staatsburger van Griekenland was.)

Een nummer dat wij bij het gemengde koor, maar man ook in solo bij de mannenkoren, zongen, was er eentje van Ivan en die deel ik vandaag met jullie. Het verhaalt de Legende van 12 Rovers.

 

De Legende van de 12 Rovers (Lied uit de Russische Volksmuziek)
De teksten voor dit populaire Russische volkslied zijn ontleend aan het verhaal “On The Two Great Sinners”, uit het vierde deel van het onvoltooide gedicht “Who Lives Well In Russia” (1863-1876), van de Russische dichter, schrijver, criticus en uitgever Nikolai Nekrasov (1821-1878). De muziek is geschreven door de Russische componist Nikolai Manykin-Nevstruev (1869-?)
Nekrasovs gedicht was gebaseerd op de volkslegendes over Ataman Kudeyar, die bekend waren en opgeschreven in veel zuidelijke en centrale provincies van Rusland, van Smolensk tot Saratov. Volgens de meeste historici is de naam Kudeyar (Кудеяр) van Tataarse afkomst, zoals de Perzische naam Xudāyār (Худаяр) wel ‘Geliefde van God’ betekent. Andere historici zijn het daar niet mee eens, en geven aan dat de naam Kudeyar vrij gewoon was in West- en Centraal-Rusland, en betekende “The Strongest of Wizards”. De beroemdste legende over Kudeyar vertelt dat hij de zoon was van Vasily III, de groothertog van Moskou, en zijn eerste vrouw, Solomonia, die werd geboren nadat ze in ballingschap naar een klooster voor onvruchtbaarheid was gestuurd. Dit zou betekenen dat hij de oudere broer was van Ivan IV Grozny, of Ivan de Verschrikkelijke, en zijn echte naam zou Prince George Vasilievich zijn. Volgens een andere legende was Kudeyar de zoon van Sigismund Bathory, de prins van Transylvania. Na een ruzie met zijn vader vluchtte hij naar de Kozakken van de Dnjepr, waarna hij in dienst ging van de tsaar Ivan Grozny, waar hij diende onder de wachters van de tsaar. Zijn echte naam in die zaak was Prins George Gabor. Geen van de te veel legendes kan ons echter vertellen wat de oorsprong van Kudeyar eigenlijk was. Het is alleen bekend dat hij de chef werd van een overvallersbende, waarmee hij de rijke konvooien beroofde. Aan het einde van zijn leven bekeerde Kudeyar zich en keerde terug naar het christendom, volgens sommige bronnen, levend als een kluizenaar in de bossen, waar hij een kerk in zijn grot regelde.
Nikolai Nekrasov maakte een korte en ruime gelijkenis van de volkslegendes. De moraal, zo zegt hij, is behoorlijk revolutionair, in overeenstemming met de politieke mentaliteit van de vele goed opgeleide en niet nobele Russische mensen van die tijd: de beste zaak is om de Russische boerenstand te bevrijden van de sociale onderdrukking. De censuur verhinderde de publicatie tot 1881. De eerste illegale publicatie van het gedicht vond plaats in 1879.
De componist, Nikolai Manykin-Nevstruev, was vroeger een Moskouse musical- en theateractivist. Hij werkte in het Conservatorium van Moskou en de Russian Music Society, werkte als dirigent voor Stanislavskiy en Nemirovich-Danchenko, werkte in andere theaters. Hij schreef muziek en verzen voor hij theatervoorstellingen, componeerde muziek voor vele romances door de beroemde Russische dichters, zoals A. Pushkin, M. Lermontov, K. Balmont, A. Beliy en anderen. Zijn composities werden uitgevoerd door de beroemde Russische baszanger F. Shaliapin. Sommige van zijn werken worden algemeen beschouwd als folk van oorsprong.