Uit het leven gerukt,
van fundamenten gescheiden.
Voorgoed een eind aan het lijden,
toch wel aan bloei ontplukt.

Willen, maar nog niet kunnen, verhullen.
Een stem die nu geluidloos schreeuwt,
verdriet dat alles onder sneeuwt,
hoe het ontstane gat weer te vullen.

Herinneringen koesterend bewaren.
De Tijd de tijd gunnen haar werken te doen.
Gaandeweg geniet-momentjes vergaren.

Stapje voor stapje, nog in knellende schoen
De huzarenklus proberen te klaren
Vertrouwen op ‘Ooit zie ‘k je weer’-visioen.