Schaap Schrijft – Schrijfuitdaging  – – – Gestart: 29 september 2018 – – –
Themawoord 30 maart – 13 april :  Schrijf-Uitdaging nr. 14

 

 

De kok spitste zijn oren. Wat hoorde hij toch? Totaal gefocust als hij was, was hem niet opgevallen dat zijn apparatuur wat aan het verschuiven was, dat potten en pannen sterker heen en weer waren gaan schommelen. Even de aandacht loslatend van waarmee hij bezig was probeerde hij te bedenken wat er nou gebeurd was. Al snel volgde een zucht van opluchting; een storm, niks aan het handje jochie, gewoon een storm, die hebben we toch al vaker gehad, niks om je zorgen over te maken toch?! Hij verplaatste enkele zaken en wilde zich net weer over zijn werk buigen toen hij weer dat rare geluid hoorde. Nu herkende hij het wel, het leek toch wel heel erg veel op het geluid dat iemand maakt die ziek geworden was. “kan niet mijn schuld zijn, aan mijn eten mankeert niks, alles is goed geprepareerd en vers ingekocht en zolang zijn we nog niet onderweg…” en hij focuste zich weer op de taak, een snelle blik op de klok vertelde hem dat hij moest opschieten want anders zou er wat zwaaien. De kapitein duldde geen verzet in welke vorm ook, én het eten later dan gewenst op tafel was óók uit den boze.

Het werd even stil, heel stil… verbaasd keek de kok om zich heen terwijl hij mompelde: nou Stilte, jij bezoekt ons altijd vóór de storm, weet je nog wel? Nu ben je toch écht te laat want we zitten er al midden in, waar hing je nou weer uit?  Toen, ineens, stopte hij van verbijstering adem te halen, wat hoorde hij nou dan toch? Dit geluid kon hij helemaal niet thuisbrengen, had zoiets nog nooit eerder gehoord. Hij schudde zijn hoofd; je wordt gek ouwe, wijd je aan je taak en ga geen spoken zien, zeker niet horen. Onmogelijk zich nog langer tegen zijn dwang om een kijkje te gaan nemen naar waar dat geluid vandaan kwam, en wat het was, legde hij de lepels weer neer, droogde zijn handen af en verliet het kombuis en klom de trappen op naar het dek. In eerste instantie zag hij erg weinig want het was zo donker als de nacht, geen goed teken, dat belooft niet veel goeds, mompelde hij terwijl hij verder klauterde. De wind greep zich met scheurende klauwen zich aan zijn kleding vast, hij moest houvast zoeken wilde hij niet overboord slaan. Ook de regen kletterde neer en benam hem het eventuele zicht dat hij gehad zou hebben als het niet zo donker zou zijn geweest. Zich overal aan vastgrijpend om niet ondersteboven te gaan liep hij het hele dek rond en helemaal vooraan, op het uiterste puntje zag hij een minuscuul lichtje.  Met tussen diens knieën een lantaarn geklemd trof hij daar de kapitein aan.

De storm verdween, de regen hielp op, en de vlam op de kaars scheen meer kracht te krijgen want het licht nam toe in de lantaarn terwijl het eromheen inktzwart bleef. Dáár, dáár, was het weer. Dat geluid dat hem in de kombuis al zo betoverd had.  De kapitein keek hem aan en zei: Jij hoort het ook toch? Ja toch?? In diens stem klonk een soort van wanhoop dat maakte dat de kok ‘ja’ gezegd zou hebben als het niet zo was geweest. Hij keek de kapitein aan en zei heel gedecideerd: Kapitein, u moet terug naar uw post. Zet de koers op dát geluid en leid ons allen in rustigere vaarwaters. Zonder antwoord te geven volgde de kapitein het  hem opgedragene op.

 

Sirene’s sopraan.
De verleiding niet weerstaan,
man en muis vergaan.

12 thoughts on “Hoor jij wat ik hoor?”

  1. Toet en ik voelde het einde aankomen… (Ik ben altijd blij dat ik pas bij de andere deelnemers ga lezen, nadat ik mijn, sorry, het verhaal van de Boysz, geschreven heb.)

    Mooi geschreven!

Verras me met jouw ♫ ~ Surprise me with your ♫

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.