Enige tijd geleden heeft een aantal mensen een petitie gestart om een wetswijziging voor elkaar te krijgen voor het BRP, de Gemeentelijke Basis Registratie. Het doel was het mogelijk te maken dat doodgeboren kinderen ook geregistreerd konden worden en niet meer onder de noemer ‘heeft nooit bestaan’ in de vergetelheid zouden raken. Twee politici hebben zich achter die mensen geschaard en nadat de petitie 80.000 handtekeningen had opgeleverd kon het wijzigen van de wetgeving beginnen. Dat was medio september en inmiddels verschijnen in de media her en der berichten van ouders die alsnog een steen op een kerkhof plaatsen of op welke andere wijze dan ook hun kind een 2e vorm van erkenning geven. Op dit moment zijn de exacte grenzen nog niet duidelijk maar vooralsnog wil men een tijdsbestek van 24 weken aanhouden. Een kindje dat eerder overlijdt wordt dan als ‘miskraam’ opgetekend en kan niet in het BRP opgenomen worden.  Er zijn heel veel mensen die behoefte hebben aan die mogelijkheid maar er zijn er ook die dat niet zo nodig hoeven. Dat je als ouders nu de keus hebt vind ik wel een mooie stap vooruit!

nieuwewetbrp
Toen het in de media kwam, ik er voor het eerst van hoorde… moest ik het even laten bezinken. Wat zou ik willen? Ik sprak er met manlief over en (zoals verwacht overigens) gaf hij aan die beslissing bij mij te laten omdat ik daar gevoelsmatig heel anders in sta dan hij. Met andere woorden, welke keus ik ook zou maken hij zou het prima vinden.

Mei 1986 gebeurde het bij ons de 1e keer. Na 26 weken bleek het hartje niet meer te kloppen. Ziekenhuisopname etc volgde. We mochten het niet zien, we hebben eveneens het geslacht nooit te horen gekregen, er werd niet over gesproken, zo snel mogelijk vergeten maar en verder leven, we waren gezond en nog jong dus we zouden nog vele kinderen kunnen krijgen….etc etc etc ik herinner me die uitspraken van vele mensen om me heen alsof ik ze gisteren hoorde.

November 1987  soortgelijke situatie, een bloeding bij 28 weken en een herhaling van het gebeuren in 1986. Opgevolgd door nog zo’n ervaring in november 1988…. Proberend ermee klaar te komen richtte ik me op het ene kind dat we al hadden. Ik kreeg na die ellende, en een door mij genomen besluit in de beginfase van een ivf-behandeling de stekker eruit te trekken, en na nog een medisch akkefietje in mijn buik, een verbod op het weer zwanger worden, ik zou het een volgende keer niet overleven…. Zij zou dus ons enig kind blijven? Als dat de bedoeling was dan moest ik het maar accepteren, toch?

Maar nee, dat was overduidelijk niet de bedoeling zoals bleek in maart 1990. Ik voelde me al een paar dagen niet ‘fris’ en mijn gevoel vertelde me dat ik zwanger was. De huisarts verklaarde me nog net niet voor gek maar deed geen enkele moeite zijn twijfel aan mijn verstandelijke vermogens te onderdrukken. Ik, ik wist het zeker, ik was zwanger, geen discussie mogelijk, punt! De predictor gehaald op weg terug van de huisarts naar huis en ja wel hoor, ik wist het, ik kreeg gelijk. Afspraak bij de gynaecoloog gemaakt en na wat onderzoeken bevestigde hij het, wel blij omdat hij mijn wens kende maar ook terughoudend omdat hij de toekomst duister in zag. Ik was dus zwanger, niet van één maar van 2 kindjes. Die zwangerschap werd een drama, elke dag rampzalig omdat ik zo ziek als de spreekwoordelijke hond was. Ik groeide niet maar viel af, werd grauwer en magerder met de dag. Juli 1990 bleek dat 1 van beide kinderen overleden was in mijn buik. Wat zou er gebeuren? Zou het kindje verteren waardoor het nog levende kindje vergiftigd zou worden of zou het dode kindje verstenen en de andere veilig zijn? Niemand kon dat voorspellen, we moesten er maar het beste van hopen.

5 oktober 1990 in de vroege ochtend ging het fout. Met de moed der wanhoop zorgde ik dat dochter in de kleren kwam en in der eentje ging zij naar school, bijna 6 was ze, vroegwijs en zelfstandig, gelukkig maar, en de school een paar straten verderop die ze veilig kon bereiken van het ene naar het andere voetpad zonder onveilige oversteekplaatsen. Ik belde de vroedvrouw die om de hoek woonde en amper binnen belde ze gelijk de ambulance die mij naar het ziekenhuis bracht. Gevolgd door manlief die inmiddels van zijn werk thuis gekomen was. In het ziekenhuis bleek dat mijn placenta zich aan het los laten was en bovendien stukje bij beetje afbrokkelde. Ik moest blijven… ‘de beste couveuse is de moeder zelf’ zijn de dienstdoende gynaecoloog. Met strikte bedrust hield ik het vol tot aan de late avond van 28 november.  Toen voelde ik een ‘krak’ in mijn buik en een toegesnelde arts vertelde me dat de placenta nu los in mijn buik lag en in meerdere stukken gebroken en dat het kindje er zo snel mogelijk uit moest. 28 minuten na middernacht kwam zoonlief brullend en wel ter wereld, met een perfecte apgar-score ondanks zijn 36 weken. Inmiddels een boom van een vent van bijna 26 jaar en ruim 2 meter lang. Het andere kindje, dat een jongetje bleek te zijn, was gaandeweg versteend, soort van geluk bij een ongeluk dus.

Kortom…. wij zouden dus nu 3 kinderen mogen laten registreren… 2 waarvan we het geslacht niet weten en 1 waarvan we het geslacht wel weten. We hebben nooit namen gegeven aan die drie. Achteraf heb ik wel eens gedacht dat we dat wel hadden moeten doen maar ja, achteraf hè?!  We hebben vrede met dat stukje geschiedenis van ons en voelen allebei niet de behoefte om nu de noodzakelijke stappen te zetten om die registratie te regelen. Ongeacht welke titel men wel of niet ook aan deze kinderen geeft… voor ons hebben ze bestaan, in onze harten zijn ze onlosmakelijk met ons verbonden en vergeten zullen we ze nooit. Het is goed zo.

Maar….. ik ben wel heel erg blij voor de mensen die die erkenning jarenlang hebben gezocht en bevochten, dat het nu mag!