WE-300 ‘Schakelen’

Plato

Eindelijk!!
Met een diepe zucht sloeg ze een blad in haar agenda om….
Zaterdag en zondag kwamen in beeld….beiden nog helemaal schoon, onbeschreven, leeg op twee dikke vette strepen na die gezamenlijk een vet kruis vormden.

Al meerdere weken was het slapen een drama. Eigenlijk was het dat al jaren maar ze had gaandeweg geleerd genoegen te nemen met elke nacht een paar uurtjes, haar energieniveau en haar gedrag waren er al volledig op afgestemd maar totaal geen slaap, nacht na nacht na nacht, bleek een ware uitputtingsstrijd te zijn. Volgens de gezinsagenda zou ze het weekend alleen thuis zijn, haar huisgenoten hadden vele notities gemaakt en er was amper nog een plekje onbezet. Kortom…ze zou helemaal alleen thuis zijn, niets of niemand zou haar storen. Ze had zich al voorgenomen haar telefoon uit te doen en de computer niet eens aan te zetten. Diep van binnen verheugde ze zich op de rust die veelbelovend voor haar lag, 2 hele dagen lang, wat een feest, en wat was dat lang geleden.

Eenmaal thuis wierp ze snel een blik in de koelkast, die was tot aan het naadje gevuld. Boodschappen halen hoefde ze dus niet, he fijn, wat een geruststelling. Ze kleedde zich uit, ontdeed zich van alle opsmuk, douchte snel, trok een oude, vale, veel te wijde, joggingpak aan en kroop op de bank. Net op het moment dat ze wegdoezelde ging de deur open. Amper wakker voelde ze hoe iemand naast haar op de bank plofte. “heej ben je wakker?” En zonder een reactie van haar af te wachten: “ik zag dat jij dit weekend niets in de agenda hebt staan, vond dat zo sneu, heb alles verzet zodat jij niet alleen zit. Kunnen we samen iets leuks gaan doen om de lege uren te doden, gezellig met zijn tweetjes!”

WE-300

Plato – WE300 – Boeien

Bezitsdrang heb ik niet, nooit gehad ook, én eigendomsdrang is mij ook vreemd. Eén van mijn sterkste en tegelijkertijd zwakste eigenschappen is mijn gulheid. Ook kan ik het niet laten wensen van andermans ogen af te lezen en die dan zo snel mogelijk te vervullen.

Komen we bij het lenen van, of uitlenen aan, aan dan is ‘t een heel ander verhaal. Ik heb vroeger geleerd dat je hetgeen je leent altijd terug geeft. In diezelfde leer ging ik er ook altijd van uit dat wanneer ik iets uitleende ik dat ook ooit terug zou krijgen.

Iets dat mij, meer dan de helft van mijn leven, enorm dierbaar is heb ik een hele tijd geleden uitgeleend. Op een gegeven moment vroeg ik het terug. “Dat heb ik je allang teruggegeven’ was het antwoord. Ik ontkende dat ten stelligste waarop ik vervolgens aangesproken werd op mijn mentale staat, en dat ik het teruggeven vergeten zou zijn en maar eens heel goed moest gaan zoeken. Ik keerde alles op de kop, maar kon het tot mijn groot verdriet niet terugvinden. Het als ‘verloren’ gewaand, probeerde ik het verlies te accepteren.

Tot enkele weken geleden….ik een foto onder de ogen kreeg waarop ik het betreffende voorwerp in al diens glorie terug zag. De teleurstelling was al enorm maar werd op dat moment reusachtig om van andere emoties in mij maar te zwijgen. Dat mijn gevoelens er bij die persoon totaal niet toe doen was me al danig duidelijk aan het worden maar bij het zien van de foto besefte ik eens te meer dat het die persoon helemaal geen ene rotmoer kan schelen.

Ik troost me met de gedachte dat die persoon kennelijk waarde aan het voorwerp hecht. Overigens wel zonder zich ook maar een ietsiepietsie te realiseren dat het pronken is met andermans veren!

WE-300

Plato – WE300 – Geuren.

Zonder het te willen ontsnapte haar een luidruchtige kreun. Met haar handen om de armleuningen van de stoel geklemd knikte ze amper zichtbaar met haar hoofd om aan te geven dat ze het commando ‘ontspan maar even’ begrepen had. Haar gedachte: “jij hebt makkelijk praten zeg!” sprak ze uiteraard niet uit want ze wilde niet kinderachtig overkomen. Enkele minuten, die wel uren leken te duren, gingen voorbij totdat ze weer opgelucht kon ademhalen.

‘Dit is een vervelend probleem dat zich niet zonder hulp zal oplossen’…
Ja duhuh, die conclusie had ze zelf ook al getrokken en angst maakte zich ondanks innerlijk verzet toch weer van haar meester. Wanneer? Hoelang?
‘Nou, zo snel mogelijk maar, een dag of 2 a 3’.
Met een zucht: ‘toe dan maar, heb alleen maar te winnen toch?’

Ze werd wakker en het allereerste dat ze bemerkte was de onmogelijkheid te ademen en de onbeschrijflijk smerige smaak in haar mond die haar deed kokhalzen. Haar hand ging naar haar gezicht en bevoelde van links naar rechts, bijna van oor tot oor, een dikke bobbel die aan de uiteinden vastgeplakt zat met irriterende pleisters. De omranding van haar neusgaten, zo voelde ze, zaten vol met korsten, compleet dicht.

‘Het is prima gegaan hoor. Over een tweetal dagen gaat het verband eraf en dan is alles weer oke, je kan er dan weer alles mee wat je ermee moet kunnen. Wel de komende weken alles goed schoonhouden met zachte watten en lauwwarm water én vooral niet snuiten! Over 6 weken zie ik je terug op controle.’

Drie dagen later liep ze aan de arm van haar man naar buiten…het eerste wat ze constateerde waren de uitlaatgassen van de taxi’s die voor de uitgang van het ziekenhuis patiënten in- & uit lieten stappen. “Dankje-NIET werkgever, voor het NIET schoonhouden van jullie airco!”

WE-300

Plato – Indrukken.

Die ochtend bij het opstaan was alles nog oké. De les waarmee haar schooldag moest beginnen vond ze de meest onzinnige van allemaal. Nog bespottelijker was het dat ze ‘s ochtends vrij was en de lesuren ‘s middags plaatsvonden. Voor het eerst in haar leven sprak ze hoorbaar haar ‘spijbel-zin’ uit waarna vader zijn afkeuring niet onder stoelen of banken stak en een straf beloofde die haar deed schateren van het lachen, wat vader op zijn beurt absoluut niet kon waarderen. Ze pakte haar tas en jas, zuchtte onhoorbaar, en ging op weg naar de bushalte.

Staande onderaan het trapgewelf keek ze omhoog. Welke idioot had verzonnen dat het klaslokaal voor het eerste lesuur zich op de zolderverdieping moest bevinden? Een half uur later hing ze als een slappe vaatdoek tussen 2 klasgenootjes in die haar de trap afhielpen en naar de directeurskamer brachten. Die belde moeder, die op haar beurt vader belde. Enige tijd later werd ze achterin een klein autootje gewurmd.

Later die middag lag ze, van onderzoeken uitgeput, in een bed na een strenge vermaning zich vooral niet te bewegen! Als men zou zien dat ze zou proberen zich bijvoorbeeld om te draaien dan zou men haar aan haar handen en voeten vastbinden. Ze keek naar boven en zag over haar bed heen een kromme beugel met daaromheen gewikkeld een snoertje met aan diens uiteinde een rond dopje met in het midden een rood knopje. De enige beweging die ze mocht maken was met haar rechterarm gestrekt dat rode knopje aanraken… maaaaaaaar pas op dat moment dat ze écht iets nodig had! Ze was zo streng toegesproken dat ze zich niet verroeren durfde, tot ze dat niet meer vol kon houden, ze pakte ze dat dopje vast en kneep met haar duim dat rode knopje in.

WE-300

Plato – Oplossing

Het liep tegen het eind van de avond toen de deur openging en haar echtgenoot binnenkwam. De hond en beide poezen stoven van de bank af om hem enthousiast te begroeten. Hij had al gezien dat ze aan de telefoon zat en begroette haar met een opgestoken hand zonder iets te zeggen. Liep vervolgens de gang in om zijn jas op te hangen, daarna de keuken in om zijn werktas op te bergen en voor haar en zichzelf iets te drinken in te schenken. Hij legde zijn sigaren en telefoon op de salontafel en nam plaats op de bank alwaar de hond en de poezen zich gelijk bij hem voegden en stijf tegen hem en op hem kropen. De tv stond wel aan maar het geluid was op 0 gezet en al zappend liet hij het geluid voor wat het was.

Na enige tijd hoorde hij haar zeggen: ‘Kies voor jezelf, doe wat goed voelt vóór jou, je kan het in de ogen van een ander toch nooit goed doen!’ waarna ze met een ‘knuffel schat’ het gesprek afsloot en de telefoon terzijde legde.

Ze bogen naar elkaar voorover en na een kus zonken ze beiden met een zucht in hun banken terug. ‘Hoe was je werkdag?’ informeerde zij. “Bah, ja getver, een rommelpot, ben niet van de heftruck af geweest, heb zelfs geen pauze gehad, dit is mijn eerste glas drinken sinds ik vanmiddag vertrok! Je had zeker die en die aan de telefoon? Het houdt daar ook maar niet op he? Wanneer krijgen die schatten nou éindelijk eens rust???” Ze knikte nadenkend: ‘Wist ik hét maar! De situatie wordt hoe langer hoe meer onhoudbaar! Zo jammer dat ik niets anders voor hen kan doen dan mijn oren te luisteren leggen, ik wou dat ik kon toveren!!!’.

WE-300

Plato – Vieren

Het was weer zover! Een nieuwe uitdaging moest ingevuld worden. Had ze er zin in? Nee totaal niet! Alsof dat iets uitmaakte want ze had helemaal nergens zin in, nou ja 1 ding wel maar dan onder bepaalde voorwaarden. Het enige dat ze wilde was slapen en voorlopig niet meer wakker worden, slapen met dien verstande dat het dan droomloos slapen zou zijn ipv met nachtmerries gevuld waaruit ze telkens huilend en volledig in paniek wakker werd. Wat was het leven toch één groot feest maar niet heus! Integendeel zelfs!!!

Ze begaf zich met lood in de schoenen naar de locatie waar telkens de nieuwste uitdaging uitgedeeld werd en had, in tegenstelling tot de vorige keren, geen enkel voorgevoel noch een flauw benul van wat de uitdaging deze keer zou zijn. Haar voorgevoel vertelde haar wel dat ze het deze keer geen leuke opdracht zou vinden maar hoe en wat, dat wist ze niet. Aangekomen op de betreffende plek zorgde de opdrachtspecificatie ervoor dat ze schrok en een gevoel van opkomende bitterheid niet kon onderdrukken. Deze taak die voor haar lag, wat moest ze er in de vredesnaam mee? Oké, toegegeven, ze had de mogelijkheid te passen, anderen zouden zich wellicht daarover verbazen maar niemand zou het haar kwalijk nemen, het was immers op totaal vrijwillige basis en er zat geen enkele verplichting aan vast? Behalve dan de verplichting die ze zichzelf oplegde vanuit haar eigen gevoel, opgeven is geen optie, vluchten is zinloos, negeren eveneens. Het zou geenszins tot iets positiefs leiden in ieder geval.

Na wikken en wegen zette ze zich neer en ging met onfrisse tegenzin aan de slag. Toen ze klaar was voelde ze zich enigszins opgelucht, ze had het toch maar weer klaargespeeld!
Niemand zou ooit kunnen zeggen, laat staan haar verwijten, dat ze vluchtgedrag vertoonde!

WE-300

Plato we300-stamelen

Al jaren was ze tot over haar oren verliefd geweest op die ene man, de man van haar dromen, haar prins op het witte paard. Ontelbare malen had ze gedroomd hoe hij haar dodelijk saai leventje was binnen komen denderen. Hoe hij haar met één zwaai had opgetild om daarna weg te galopperen. Vandaag zou haar wens uitkomen, é.i.n.d.e.l.i.j.k. zou ze dan dé man ontmoeten over wie ze al zo veel had gefantaseerd. Ze zou é.i.n.d.e.l.i.j.k. dat lieve gezicht van hem aanraken, áánraken in het echt, voor dé álleréérste keer! Dát zou onvoorstelbaar ánders voelen dan de papieren versie van zijn gezicht die al sinds jaar en dag bij het slapen gaan op haar hart werd gelegd na hem welterusten gezoend te hebben en ‘s ochtends met een ‘goedemorgen-zoen’ na het ontwaken samen met hem elke nieuwe dag begonnen te zijn.

De signeersessie werd in een kleine en intieme boekhandel gehouden en de deuren zouden om 17.00 uur opengaan. Ze had de dag vrij genomen en heel de dag lopen vliegen en draven, duizenden kledingstukken aan- & weer uitgetrokken. Ook het aanbrengen van haar make-up en het perfectioneren van elk haartje had haar uren gekost! Meerdere alarmsignalen van klokken had ze op voorhand ingesteld want té láát komen, dat zou haar toch zeker niet gebeuren, niét vándáág!!!

Hij pakte een boek van een stapel die al aardig in hoogte geslonken was, sloeg het open en vroeg zonder op te kijken: ‘aan wie mag ik het opdragen?’ Thuis had ze allerlei teksten opgeschreven en voor de spiegel geoefend, het zou geen probleem opleveren, zij had nog nooit om woorden verlegen gezeten dus dat zou ook nu niet zo zijn. En nu, juist nu, op hét moment van alle momenten ooit…. kwam er niets over haar lippen behalve een onhoorbaar ehhh.

WE-300

Plato

‘Mensen met ervaring gezocht’ had er in de advertentie gestaan. Ervaring? Nou die had ze meer dan zat! Ze wilde het niet kennen, die ervaring kon ze missen als kiespijn, maar ze het die ervaring opgedaan, niet eenmaal, niet tweemaal, niet driemaal, maar ontelbare malen. Elke keer was het rampzalig geweest en had het haar hele leven overhoop gegooid. Telkens weer terug naar het begin om opnieuw te beginnen met opbouwen van een nieuw leven. Het had haar naar de rand van een afgrond geleid, er waren momenten geweest waarop ze ernstig met zichzelf in gesprek was om het leven zelf maar te stoppen in plaats van te wachten op het einde dat door iets anders bepaald werd. Tot dat zomaar opeens daar die gedachte was. ‘Ja hallo, zo ver zal ik het toch niet laten komen, ik wil geen slachtoffer zijn, zeker niet meer dan ik al ben, dat gun ik hen toch zeker niet? Ik ben toch zeker veel meer waard dan die mensen die het woord mens niet eens waardig zijn? Minder dan beesten zijn het zelfs, er is niet eens een woord voor te verzinnen dat de lading in juiste vorm dekt. Wat haar betreft mochten die lui in het openbaar gestenigd worden en een uiterst langzame en zeer pijnlijke dood sterven. Dát zou helaas niet gebeuren maar ze kon wel een ander steentje bijdragen. Ondanks veel levenswijsheid kon ze de gevolgen niet helemaal overzien maar dat gaf ook niet, die boeiden haar niet, het ging erom die mensen te vinden en ze dan aan de schandpaal te nagelen door hun gegevens openbaar te maken. Aan het eind van die dag, aan het eind van een gesprek werd haar op een gegeven moment de hand geschud, “Welkom, samen zullen we zinvol, maar vooral hard nodig, werk doen!”

WE-300

Plato – Poetsen

Daar was het weer, harriejakkiebah, is toch om helemaal gek van te worden als je dat niet al zou zijn? Ze keek op de klok en zag dat het nog geen winkelsluitingstijd was, snel de schoenen aan, jas aan, autosleutels gepakt en hup snel naar de drogisterij om de hoek. Bij de kassa werd ze met zachte stem begroet, ze was vaste klant voor één bepaald artikel. ‘Zijn ze al weer op meid?’ zuchtend knikte ze ja. ‘Gelukkig heb ik een voorraadje apart liggen zodat ik jou nooit een ‘nee, zijn op’ hoef te verkopen, sprak de verkoopster op zachte toon verder terwijl ze vriendelijk en begripvol glimlachte. ‘Doe maar 5 doosjes, dan kan ik even vooruit’ zei ze vragend en na het afrekenen keerde ze huiswaarts. Nadat ze zich weer van haar schoenen en jas had ontdaan kroop ze op de bank onder een deken graaide de ipad en richtte zich op het spelen van sudoku. Heerlijk tijdverdrijf, vooral als het stil was. De aankopen legde ze in haar troostdoosje dat altijd binnen bereik stond. 1 paar ervan pakte ze uit de verpakking en stopte ze daar waarvoor ze bedoeld waren. De stilte nam toe…. ze had zich al lang geleden neergelegd bij haar ‘zegening’ van het geluidsgestoord zijn maar prees elke keer weer het bestaan van de hulpmiddelen. In haar ooghoek kroop moederpoes naast haar op de rugleuning en begonnen zich vol overgave te wassen. ‘Als de kat zich wast komt er vast een gast’ ….. als dat spreekwoord waar zou zijn had ze 24 uur per dag bezoek. ‘Oh alsjeblieft niet!’. Poes keek even op, zich totaal onbewust van het feit dat haar activiteit een enorm irritant geluid veroorzaakte. Ze aaide de poes en wendde zich weer in alle rust en stilte tot haar spel.

WE-300

Plato – WE300 – Verbeteren

‘Ambitie’, moest er zijn! Ze vond het altijd maar een raar woord, wat was er mis met het niet hebben van ambitie? Ze vond het heerlijk op haar werk, was nooit ziek, nooit te laat, vertrok nooit te vroeg, integendeel zelfs. Jarenlang liep ze bijna elke avond als laatste het kantoor uit met in haar hand haar attachékoffer waarin werk zat waarover ze zich thuis zou gaan buigen. Ze hield van voorsprong en voor zover mogelijk zorgde ze er altijd voor dat ze een voorsprong had in haar werkzaamheden. Opklimmen in de ladder was niet iets dat in haar gedachten speelde, ze hield van haar baan en zag de wijzigingen die diverse reorganisaties met zich mee brachten als uitdagingen waar ze zich dan weer met hart en ziel op stortte. Toen kwam daar dat jaarlijks functioneringsgesprek. Haar leidinggevende roemde haar doorzettingsvermogen alsmede het feit dat ze nooit afwezig was, deze opmerking werd aangevuld met een uitspraak dat de zorgzaamheid kenmerkte. Of ze goed op zichzelf paste? Haar, volgens hem, te grote ambitie kon wel eens een valkuil worden. Verbijsterd had ze hem aangekeken. Het is geen schande hoor, zei hij, om bij ziekte thuis te blijven of om het werk eens een dag niet klaar te krijgen. Wat is jouw drijfveer, vroeg hij. Na lang nadenken antwoordde ze: in het sollicitatiegesprek zei Dhr.B. dat het werken hier altijd uitdagend zou zijn als ik maar oog zou houden voor verbetering. Enkele jaren later brak het lijntje, elke poging het ‘beter’ te doen faalde, dat uiteindelijke leidde tot ontslag omdat zij niet meer binnen de nieuwe structuur van het werk paste. Hoe goed ze ook in haar werk was, haar met name het in toenemende mate op kantoor verschijnen met fysieke hulpmiddelen, verbeterden niet het visitekaartje dat zij geacht werd te zijn.