Aangeboren ~ Leven

Schrijfveren
Thema van donderdag 30 mei & vrijdag 31 mei 2019.

In deze schrijfveren-editie voeg ik het thema van vandaag 30 mei: “Trillend van aangeboren ergernis”, samen met het thema van morgen 31 mei: “Ik was toe aan een ander leven”.

Menigmaal stond ik op het punt dat door velen verfoeid wordt, een punt ook waarover de meningen zo verdeeld zijn dat ze haaks op elkaar staan. De laatste keer dat ik op dat punt stond was begin 2016. In tegenstelling tot alle voorgaande keren begon ik niet die weg te bewandelen maar stapten mijn voeten de weg naar de huisarts. -Trillend van aangeboren ergernis- Uitleg was niet nodig, ze zag aan mijn ogen hoe laat het was en zonder onnodige woorden zei ze dat er iets ‘nieuws’ was en dat dat voor mij wellicht een goed startpunt zou zijn. De dag daarna al zat ik tegenover een meneer die kennelijk al goed door de huisarts was voorbereid. De enige vraag die hij stelde was: Wil jij zo leven als dat je tot dusver deed?
Nee! Duhuh!!! -Ik was toe aan een ander leven-Waarop hij antwoordde: “waarom doe je het dan?” Doodgemoedereerd alsof hij bijv. vroeg of er nog boodschappen moesten komen ofzo. Ik keek hem sprakeloos aan, compleet verbijsterd. (Het lukt maar zelden iemand mijn ratel tot stilstand te brengen.) Na enige minuten stamelde ik iets in de trant van: Ik heb niet geleefd, ik ben geleefd, het is nu tijd een ander, mijn, leven te starten. Dat was het begin van de ommekeer. Er volgden één op één sessies en groepssessies en veel huiswerk, heel veel huiswerk die die 1e cursus “Voluit Leven” met zich mee bracht. Aan het eind ervan wist ik al dat ik nog niet genoeg handvatten had omdat ik veel moest afleren maar zeker ook aanleren en dus schreef ik me in voor “Het leven is van mij”; de vervolgcursus die op ongeveer dezelfde wijze werd uitgevoerd. In de 1e maand van die 2e cursus ‘wist’ ik dat niet wist wie ik was én dat als ik al iets wilde bereiken ik eerst maar eens moest zien te ontdekken wie ik nou werkelijk was. Dus hoppa terug naar de huisarts, de psych, het ziekenhuis en diverse specialisten. Ik kreeg overal nul op mijn rekest maar ik was onvermurwbaar. Ik wist wat ik wilde en niemand zou me tegenhouden. -Ik was altijd tegengehouden, aan banden gelegd, alles werd voor mij bepaald etc en dat moest maar eens afgelopen zijn. In de optiek van velen heet zoiets misschien ‘eigenwijs’ maar in mijn optiek niet. Er moest een ommekeer komen en des te rigoureuzer des te beter.- Het gevolg was een cold turkey stop met alle medicatie. Ik sloeg de waarschuwingen in de wind en werd voor ‘gek’ verklaard. Dat vond ik zelf overigens wel hilarisch want gekker dan mij tref je er geen, zei ik altijd. In de euforie van de 1e dagen voelde ik me de koning te rijk en mijn wilskracht groeide tot enorme proporties, tot die terugvallen begonnen te komen. Toch… was ik niet van plan van de gekozen weg af te stappen, “ik ben iets begonnen dus ik maak het ook af…” zei ik vastberaden, mede door de overtuiging dat ik niets te verliezen had maar juist alles te winnen.
In die periode begon Anita over CBD. In 1e instantie weigerde ik dat heel resoluut want toch weer aan de medicatie? Toch weer het risico aangaan van een medicijnverslaving? Geen haar op mijn hoofd, écht niet. Maar ja, als iemand mij tot iets kan bewegen is het Anita wel en zij hield vol tot ik op zeker moment bezweek. Op dat moment zaten we in de auto dus Anita gooide het stuur om bij de eerstvolgende bocht, daarmee ook gelijk de plannen voor die dag wijzigend maar dat is even terzijde, en even later stonden we voor een zekere winkel die een groot reclamebord voor de deur had staan van die CBD. Ik weifelde maar kreeg prompt een duw in mijn rug, werd bij de arm gepakt en de winkel in gesleurd en weer even later stond ik buiten met een klein flesje met een goedje daarin dat meer dan één uur in de wind stonk. Dat was 15 juni 2017.
De eerste dagen was het een kwestie van uitvogelen… hoe neem ik dat goedje in, neem ik er iets bij of niet en zo ja wat dan, wanneer neem ik het in etc etc. Al snel ontdekte ik dat het mij het beste lag ‘s ochtends 2 druppels te nemen en ‘s avonds ook 2, zo om de 12 uur zeg maar. Er iets bij eten en drinken doe ik als ik er zin in heb, en zo niet dan niet, dat maakt verder geen verschil. Wat de effecten waren in het begin en wat ze tegenwoordig zijn heb ik al een aantal keren beschreven.

Veel mensen geloven nog steeds heilig in dat dat wat een arts/specialist voorschrijft het enige juiste is. Is natuurlijk prima als jij daarvoor kiest maar indien je toch ‘nodig’ het roer om moet gooien… luister dan naar jezelf, volg je hart, niemand kent jouw lichaam, jouw zijn, beter dan jijzelf! Laat je niet gek(ker) maken dan je al bent. We zijn allemaal mensen, maar daarmee houden de overeenkomsten ook op. Ieder mens is uniek, diens lichaam en geest ook. Ook al heb je dezelfde ziekte als een ander, de impact ervan is verschillend. Hetzelfde geldt voor medicatie. Wat voor de één een wondermiddel is, is dat niet per definitie ook voor de ander. De witte jassen en geitenwollensokken weten veel maar niet alles! Kom uit het hol waar jij of jezelf hebt ingestopt of hebt laten instoppen!

Ik tril nog maar heel zelden van aangeboren ergernis! ~ én ~ Ik heb een ander leven!!

De Bovenkamer

Schrijfveren
Thema van donderdag 23 mei 2019.
Al is het in mijn archieven en categorieën niet echt te zien, toch deed ik in het verleden veelvuldig aan ‘schrijven’ nav een thema op de site Schrijfveren van Heldenreis.
Om diverse redenen kwam het er al heel lang niet meer van, ik miste het ook niet echt. Hoe ik blog, en waarover, hangt altijd af van de stemming waarin ik verkeer. Soms kan iets langere tijd mijn aandacht hebben en doe ik er veel mee en soms zakt het dan weer weg, zoals het schrijven nav een thema zoals bij Schrijfveren dus.
Vandaag dacht ik: “Laat ik eens gaan kijken welk thema voor vandaag in de lijst staat…” en alsof het dan zo moet zijn zie ik een thema staan dat voor mij wel heel erg actueel is. Nou is het dat altijd al geweest maar nu nog veel meer. Kortom: tijd voor een volgende Schrijfveer. 

 

Globaal genomen heeft mijn bovenkamer tot dusver 3 stadia doorgemaakt. De 1e vanaf mijn geboorte tot aan mijn bijna 17e, de 2e vanaf mijn bijna 17e tot aan mijn bijna 55e en de 3e sinds mijn bijna 55e dus. Deze laatste bevalt me het allerbeste. IK ben na 45 jaar medicatie-vrij en leef voor het eerst welwillend sinds bijna 2 jaar nu.
De schade aan mijn bovenkamer in ontstaan in de eerste 2 stadia, mijn rugzak is behoorlijk gevuld met geweld op divers niveau. Delen daarvan zijn onverwerkbaar, te gruwelijk waardoor verwerking onmogelijk is. Dankzij vele therapieën in tal van soorten en maten heb ik geleerd ze te accepteren als gebeurtenissen uit het verleden. Ze hinderen me ook niet echt meer, tranen vloeien er nog maar heel zelden om. Als iets uit die tijd in mijn hoofd omhoog komt dan duw ik het niet weg maar sta mezelf toe er ‘even’ bij te blijven, ik zet in mijn gsm de wekker. Als die wekker dan afloopt, zucht ik diep en focus ik me weer op het nu. Dit is een trucje die ik aangeleerd heb om te voorkomen dat ik niet in vluchtgedrag ga vervallen want dan haalt het me uiteindelijk in en doet het meer kwaad dan dat het me op deze manier doet.

Er bestaan tal van uitspraken die met ‘de bovenkamer’ te maken hebben. Clichés heten ze ook wel met een mooi woord. Het is soms zó cliché maar toch: het heel bewust focussen op het nu werkt voor mij heel goed. Ik ben gelukkig inmiddels in staat de grenzen te herkennen, én erkennen, van fout / goed in de zin van wat voor mij werkt of niet. Mijn streven is nooit meer terug te hoeven naar chronisch gebruik van medicatie voor de psyche, nooit meer te moeten hoeven afkicken van een medicijnverslaving of wat ook. De enige, in de volksmond ongezonde, verslaving die ik heb is het roken. En nee, niemand zal iets kunnen zeggen dat mij zal doen besluiten te stoppen. Als ik al ooit zal stoppen met roken zal het maar 1 reden hebben, dát ik het zelf wil.

Mijn bovenkamer is nog steeds volop in beweging. Er is al heel veel winst geboekt maar het einde daarvan is nog niet aan de orde, niet eens in zicht zelfs. Helemaal goed, ik ben immers nog maar 56 dus ik heb nog wel ff te gaan, normaal gesproken dan, al is ‘normaal’ in deze context natuurlijk een onzinnig woordgebruik want leeftijd zegt helemaal niets. Met andere woorden, ik probeer nu van elke dag het beste te maken. Het voelt soms wel alsof ik schade wil inhalen van verloren tijd maar ik weet natuurlijk dat dat niet mogelijk is. De tijd die ik nu leef vul ik waar mogelijk in zoals ik dat wil. Natuurlijk voldoe ik ook aan verplichtingen die bij het leven horen maar me in alle bochten wringen om het jan en allemaal naar de zin te maken ten koste van alles, werkelijk alles… nee dat doe ik niet meer.
Men zegt wel eens dat je je ware vrienden leert kennen in tijd van nood… dat is waar, heb ik zelf ook wel ervaren maar een andere methode om die ware vrienden te ontdekken is er ook. Zeg maar eens ‘Nee’ op een hulpvraag, herhaal dat een aantal keren… dan merk je ook heel goed wie je ware vrienden zijn.

De bovenkamer… iets dat we allen bezitten, iets dat bij een ieder van ons anders werkt, iets dat effect heeft op alles dat je doet / laat. Jammer wel dat je vaak niet aan de buitenkant kan zien of iemand een goed functionerende bovenkamer heeft of eentje met zegeningen. Ik mag dan wel al ruim 56 jaar zijn maar ik merk nog steeds dat er mensen zijn die een ander beoordelen op het uiterlijk en gedrag. Toegegeven, daaraan maak ik mezelf ook schuldig! Toch… roep ik mezelf altijd gelijk een halt toe zodra ik constateer dat ik het doe want ik weet immers niet wat die persoon in diens bovenkamer heeft en hoe dat daar kwam?! “De 1e indruk is een daalder waard” is dus zo’n spreuk waarbij ik altijd mijn wenkbrauwen frons want die 1e indruk is niet leidend voor hoe iemand is, integendeel zelfs! In die zin geldt voor mij dus ook zeker wel de uitspraak ‘ieder mens verdient een 2e kans…’. Het vervolg-oordeel kan in de plus of in de min uitvallen. Soms mag je iemand op die 1e indruk wel en blijkt later dat die persoon echt niet iemand is die bij jou past, het kan wel degelijk ook andersom heb ik ervaren!

De laatste tijd zie je in de media aandacht ontstaan voor die bovenkamer van de medemens. Psychische problematiek is niet onder één noemer samen te vatten, het is heel divers en wordt bovendien bemoeilijk door de persoon in kwestie zelf. Milieu, opvoeding, (niet-)-kansen in het leven, ervaringen en noem maar op. Ieder mens is de, telkens wijzigende, optelsom van verleden en heden. Daarbij opgeteld, wat veel mensen niet meerekenen of zelfs niet eens willen/kunnen erkennen, zijn de genen. Het startpunt van je verleden is niet het moment dat je geboren werd, vind ik althans.

Mijn bovenkamer is in beweging en gelukkig maar ook. Er is veel ruimte gekomen om nieuwe dingen te ontdekken, leren en vooral toe te laten. Dat geeft zin om naar ‘morgen’ uit te kijken, het wekt nieuwsgierigheid op, het werkt verlangen en hunkering in de hand want er zijn ‘ineens’ dingen die ik nog wil. Ik had nooit een bucketlist zoals men dat zo mooi noemt maar die is wel aan het ontstaan de laatste 2 jaar. Niet dat die lijst me nu onder druk zet overigens hoor, ik neem nog steeds alles met telkens maar 1 stap vooruit en zie wel wat er dan gebeurt, ik laat me graag verrassen!

De deuren van mijn bovenkamer staan open… alles mag ongeremd naar binnen komen nu. En iets dat binnen is en mij niet bevalt knikker ik er met dubbele snelheid weer uit grijns.

Je kijkt naar de weg

Schrijfveren Thema van dinsdag 11 december 2018.

 

“De weg”… wat keek ik er vaak naar, altijd weer zag ik ontelbare obstakels waarvan ik wist dat ze me zouden weerhouden en koos ik een zijpad, soort van dan. Aanpassen aan wat wel kan, niet zeuren noch treuren over wat niet kan (nou ja dat probeerde ik tenminste wel altijd zoveel mogelijk maar dat lukte uiteraard ook menigmaal niet), en zo maar proberen om van het ene moment, zo veilig mogelijk, in het volgende moment te stappen.
Al die obstakels, vaak ook in nevelen gehuld, waren er en velen ervan zou ik niet kunnen ontwijken, dat wist ik wel, hadden ervaringen me immers al lang geleerd? En oeps, daar was dan weer dat zinnetje: “doemdenken maakt het niet beter hoor, dus kom op, stel je niet aan, ga gewoon verder en wees zo open en blanco en ontvankelijk mogelijk…”
Ja joh, natuurlijk, werkt op dezelfde wijze als dat je tegen jezelf zegt ” waar je ook aan denkt, denk niet aan dat roze olifantje…”

Jaar in jaar uit ging zo voorbij. Veel, heel veel, deed ik onder de grootst mogelijke dwang, van mezelf natuurlijk. De stemmetjes zeiden me wel van alles maar ongehoorzaam als ik ben luisterde ik er niet naar. Vele deuren liep ik plat, talloze diagnoses kreeg ik als presentje mee naar huis, maar niemand, echt niemand had de juiste oplossing voor het grijpen liggen. Ik ‘moest’ maar dit, dat, zus en zo en dan kwam het wel goed.

“De weg” naar de professionele hulpverleners wist ik op zeker moment blindelings te vinden. Evenals alle ‘vluchtroutes’ die in mijn hoofd ontstonden. De etiketten die ik in de loop der jaren door de (niet-)-experts opgeplakt kreeg zijn als jasjes om me heen gehangen en aan mij vastgeplakt, onlosmakelijk leek het jarenlang. Op zeker moment was ik mijn ‘zombie-bestaan’ dusdanig gewend dat het wel goed was zoals het was, wat natuurlijk totaal niet waar was maar ja je kunt jezelf enorm lang voor de gek houden als het moet.

Tot op zeker moment ik er helemaal klaar mee was toen ik me realiseerde dat ik niet eens wist wie ik was, dat ik dat nooit had geweten, dat ik altijd ‘iemand’ was die er was zoals ze was, voortgekomen uit de invloeden van dingen die in mij zaten en deden en de dingen die ik er dagelijks aan toevoegde.

Ik nam het besluit alles radicaal om te gooien en met de moed der wanhoop wel te zien waar mijn schip zou stranden. De medici verklaarden me voor gek… (goh, vertel me iets dat ik nog niet weet?) en raadden me het ten zeerste af maar ik was vastbesloten. Ergens een beetje gehoorzaam ging ik akkoord met een halfwassen afbouw van chemische zooi en gooide ik mijn voedselinname om. Dat was stap 2, stap 3 was het volgen van een aantal cursussen. De 1e werd door de zorgverzekering vergoed, de 2e uiteraard niet maar manlief zei gelijk: “ik ga wel overwerken, jij moet dat doen…” en zo geschiedde. Het ging de goede kant op, ik begon weer verbanden te zien en de nevelen op ‘De weg’ werden transparanter..

Tijdens een bezoek aan de Duitse dierentuin met Anita en haar ex-schoonzusje kwam het gesprek op CBD, wist ik veel wat dat was? Had er wel eens iets van gehoord maar me er niet in verdiept, dus totaal nog blanco. Marja vertelde het één en ander over mensen die zij kende die het gebruikten en dat zij er zelf ook mee begonnen was en wat de gevolgen waren geweest tot dusver… Klonk mooi, te mooi om waar te zijn, heel even schoot het woord ‘overdreven’ door mijn hoofd, maar tegelijkertijd realiseerde ik me dat ik Marja niet ken als iemand die iets mooier maakt dan het is…

Eenmaal weer thuis ging ik googlen… ik las het ene na het andere verhaal over de ‘beter dan verwachtte’ resultaten. Natuurlijk klonk ook hier en daar wel een mindere noot maar toch, die waren dusdanig in de minderheid dat ik ertoe neigde het mooie ervan meer waarde toe te gaan kennen. Op 13 juni zei Anita vervolgens: ‘Probeer het gewoon een paar weken, 1 flesje kost 40 euro, je hebt niets te verliezen maar alles te winnen toch?’. Nuchtere Groningers als wij zijn moest ik grinniken en nog dezelfde dag haalde ik een flesje en begon ermee. Het was de 1e 2 weken even vogelen met het innemen, hoeveel druppels, welk tijdstip, wel of geen eten/drinken erbij… maar al snel merkte ik dat het het beste werkte als ik het ‘s ochtends innam met wat drinken.

Ik ging weer slapen… gemiddeld 10 uur per dag… dat was voorheen 3 a 4 uur per 2 dagen
Ik droomde niet meer zo afschuwelijk, werd niet meer huilend, bezweet, angstig, paniekerig wakker
Ik kon weer naar buiten zonder stijf te staan van de zenuwen,
Ik kon weer winkels in
Ik begaf me weer probleemloos in mensenmenigtes, jawel, zelfs op weekenddagen en woensdagmiddag kun je me tegenwoordig in een dierentuin tegenkomen
Ik liep weer over een markt
Ik was beter gehumeurd, er kon zelfs weer af en toe gelachen worden, kon zelfs grapjes maken
Ik werd minder ongeduldig / explosief
Ik kreeg zelfs zelfvertrouwen
De ene na de andere verandering ontwaarde ik in mijzelf al veranderde mijn karakter natuurlijk niet.

Inmiddels zijn we 18 maanden verder en heb ik de 1e dip gehad. 24 november ging ik onderuit. Er was geen specifieke aanleiding, ik stond die dag op en het was mis, helemaal mis. Na een seintje 2 wijken verderop, kwam Anita hier binnenvallen en sleepte me het huis uit en heeft me de hele dag bezig gehouden. ‘s Avonds ging het weer beter en de volgende ochtend scheen de zon weer. Er zijn nog wel momenten dat het even moeilijk is, dan kijk ik naar wat er aan de hand is, hoe ik me voel… en afhankelijk daarvan neem ik wel of niet extra CBD in.
Ik heb er alleen maar voordelen van, ik kan geen enkel voorbeeld geven van negatieve kanten aan het gebruik ervan.

Overigens… niet dat het me ooit geboeid heeft maar nog een effect van de CBD is gewichtsverlies. Was ik de laatste jaren zo rond de 92 kg zit ik nu al maanden op 76, de CBD is hier natuurlijk niet alleen debet aan, ook mijn gewijzigde voedselinname werkt daaraan mee. De allergieën en intoleranties die ik heb maakten die wijziging noodzakelijk, ben het inmiddels gewend al is het voor manlief niet altijd even fijn omdat hij op de dagen dat ik wel eet 2 potjes moet koken. Elke dag eten… 3x per dag… is voor de meeste mensen de normaalste zaak van de wereld. Voor mij niet, al niet meer sinds mijn pubertijd. Met de beste wil ter wereld krijg ik het er gewoonweg niet in, misschien verandert de CBD dat in de toekomst nog? Ik eet, dankzij de CBD, nu 1x per dag en dan nog minimaal en uiteraard ‘veilige’ producten. Ergens is het maar goed dat ik zo weinig eet want anders zouden we een financieel probleem hebben. Gluten- & lactosevrij en de andere allergieën en intoleranties maken de keuze zeer beperkt en het aanbod in Nederland is nog beperkter. Gelukkig is Duitsland dichtbij en rij ik op diesel, net als Anita en & Daphne, dus is het prima te doen om 1x per 2 a 3 weken daarheen de rijden en met de kofferbak afgeladen vol terug te rijden.

“De weg”… natuurlijk zijn er nog steeds nevelen… natuurlijk heb ik nog steeds mijn makkes, nou en? WYSIWYG, take it or leave it *glimlach*. Ik ga “De weg” weer met frisse moed en zin, de hoofdweg met alle zichtbare en onzichtbare obstakels, ik neem niet meer een zijweg. “Je kijkt naar de weg”… ikke wel hoor, wend mij niet meer af!! Ben nu veel te nieuwsgierig naar wat komen gaat en heb een onvervulbare drang schade in te halen (en ja ik weet heus wel dat dat niet kan maar heej proberen mag ik het toch zeker wel, ben en blijf mijn karakter, eigenwijs, trouw *glimlach*)

Niet te stuiten

Schrijfveren Thema van vrijdag 25 mei 2018.

Is het een vlaag van verstandsverbijstering of een spontaan iets of wellicht toch deel van je karakter eneigenschappen?

Al vaker heb ik me met die vraag beziggehouden, ja ik besef dat dat een zinloze tijdsbesteding is maar dat is wel vaker zo met dingen waarover je nadenkt en waarop je toch nooit een uitsluitsel krijgt toch?

“Niet te stuiten” ben ik absoluut in zekere zaken terwijl, hoe tegenstrijdig dat ook moge klinken, ik heus niet zo heel snel enthousiast over iets ben. Integendeel, ik heb vaak gemerkt dat ik het enthousiasme van mensen om me heen voor wat ook maar niet zo snel kan opbrengen als dat zij dat kunnen en doen.
Aan de andere kant, als ik eenmaal enthousiast ben dan is het risico erg groot dat het met mij op de loop gaat en dat is dan voor die mensen om mij heen weer onnavolgbaar.

Continue reading “Niet te stuiten”

Een onzalig plan

Schrijfveren Thema van woensdag 16 mei 2018.
Daaronder kun je natuurlijk van alles en nog wat verstaan. Bovendien verschilt het al snel omdat wat door de één als ‘onzalig’ geïnterpreteerd wordt, wordt dat door de ander als geheel iets anders uitgelegd.
Mijn definitie van onzalig is… tja… wat eigenlijk? (Vraag ik me nu af terwijl ik dit aan het tikken ben)
“Onzalig” betekende in mijn geval heel veel, was zo goed als alles omvattend eigenlijk want mijn ziektes beperkten me veel meer dan ik mezelf ooit, of wie dan ook, toe wilde geven. Sterker nog, ik ontkende het veelal ook nog, wetende dat dat een leugen was maar het toch niet als leugen voelen. Er lagen uiteraard andere motivaties aan ten grondslag.
Nu… zoals ik me tegenwoordig voel… de vrijheid die ik heb… en alles dat is weggevallen als ook ontstaan, is een wereld van verschil. Mijn huidige definitie van onzalig is dus geheel anders dan dat het voorheen was. Even zien of ik nog een rijtje kan maken met dingen die wat mij betreft nog steeds thuishoren in het rijtje Onzalige Plannen…

1) Uit het leven stappen
Stond jarenlang met stip op 1 als Zalig Plan. Nu staat het met stip op 1 als Onzalig Plan.
2) Van oorverdovende festivals etc wegblijven.
Ja dat geldt nog steeds
3)  Chemische (psychische) medicatie-dosissen uitbreiden / verhogen
Dát hoop ik met heel mijn ♥ nooit meer te hoeven!!
4) Bij iemand met alcohol achter diens kiezen in de auto stappen
Nee, nee en nog eens nee…dat heb ik altijd geweigerd, als klein kind al, en dat blijft ook zo.

….. ettelijke minuten later….. staar ik nog steeds naar nr. 5 terwijl ik mijn heksenketel over en over en over de kop kantel, er komt niets meer boven drijven…
Nog geen jaar geleden zou dat rijtje vele, vele, vele malen langer geweest zijn…

Tja… hoe vaak moet ik mezelf nog knijpen, bewijzen in blog opschrijven voor ik écht durf geloven dat dit nieuwe leven, mijn wedergeboorte, echt is en niet slechts een droom???  En dan allemaal door 3 druppeltjes olie per dag???

Gepimpel

Thema Heldenreis Schrijfveren 20 juli 2017

In de TT-nacht was het in het ziekenhuis hier in de stad weer een drukte van jewelste. Letterlijk en figuurlijk bezopen lui waarvan het overgrote merendeel jongeren. Ik snap dat echt niet, ben ik nou zo dom of hoe zit dat? De media staan er bol van de laatste jaren, drankmisbruik en welke gevolgen dat kan hebben, met name voor jongeren. Ook de wetenschap kan onomstotelijk aantonen dat alcohol veel schade toebrengt aan nog niet volledig ontwikkelde hersenen. En toch blijf je met regelmaat berichten onder ogen krijgen van mensen die zich klem hebben gezopen, ook wel  comazuipen genoemd.

Oké, toegegeven, ik ben bevooroordeeld, ruimschoots ook. Een vaststaand, constant herhalend ook, beeld uit mijn vroegste herinneringen is het bierflesje op de salontafel, en nee niet alleen ‘s avonds na een bepaalde tijd. Het stond er elke dag, 24 uur per dag. Overigens zag ik mijn vader nooit dronken! Hoeveel hij ook wegwerkte, negatieve invloeden van die vloeibare troep heb ik bij hem nooit en te nimmer opgemerkt.
Ik ontmoette manlief in 1974 in een discotheek waar hij werkte als barkeeper / uitsmijter. Hij zoop als een krijger, alles door elkaar, stapte na sluitingstijd evengoed de auto in en reed naar huis. Heeft nooit een bekeuring daarvoor gehad. Eenmaal heeft hij een auto volledig aan mot gereden omdat hij meermalen over de kop ging en uiteindelijk in een greppel belandde. Zijn medepassagier was een maat van hem, een politie-agent, en alcoholcontrole was in die tijd minimaal, die maat van hem gaf toe veel alcohol op te hebben en dat dat de reden was dat hij zich liet rijden en dat de auto zo naar bier stonk. Ik heb hem op 1x na ook nooit dronken beleefd en ook zijn gedrag veranderde niet als hij dronk. In onze verkeringstijd fietste ik van de discotheek naar huis terwijl hij in de auto achter mij aan reed om mij veilig thuis te brengen, ik weigerde uiteraard bij hem in te stappen. Ik hoor jullie denken ‘waarom had je dan verkering met hem?’ ja… liefde maakt blind toch?

Eenmaal samenwonende kon ik me wekelijks een breuk sjouwen met kratten bier en vele flessen Jenever en Jägermeister. Mijn antipathie tegen die *lelijk woord* groeide met de keer dat ik voor het huis ‘de kroeg’ mijn auto uitlaadde. Indertijd woonden wij op een flat en als je door de voordeur naar binnenkwam lag een lange gang voor je. De 1e deur links leidde naar de keuken, gelijk om de hoek was weer een deur waarachter zich een grote proviand-inloopkast bevond. Mijn vaders gewoonte was om gelijk na binnenkomst die kast in te lopen om vervolgens met een paar pilsjes in de hand door te lopen naar de woonkamer. Elke verjaardag bij wederzijdse families was een complete bezoeking want het kon alleen maar gezellig zijn als de procenten rijkelijk vloeiden. Al met al heb ik dat ruim anderhalf jaar lang soort van geaccepteerd.

Toen kwam daar die dag in november 1984. Ik was op dat moment 7 maanden zwanger van onze eerste en kogeltjerond en moddervet. Een collega van mij trouwde en wij gingen naar de bruiloft. Manlief kende mijn chef goed en die 2 konden samen heel goed door één deur. Ook mijn chef wist van inladen. Al snel liep een ober alleen maar tussen onze groepstafel en de bar heen en weer. Na de bruiloft reden we naar huis.  De één na laatste bocht voor de parkeerplaats bij ons huis, zo’n 100 meter daarvoor, begon mijn lieftallige echtgenoot te boeren en binnen een seconde kotste hij alles eruit, ik zat eronder, de auto ook en hij ook. Dát wás de allerlaatste druppel die mijn toen toch al kokende emmer deed overlopen. Ben het huis ingelopen, heb de logeerkamerdeur geopend en hem verboden onze slaapkamer te betreden. Ben gaan douchen en toen met een emmer sop terug naar de auto. Geruime tijd later stond de auto schoon voor het huis met alle ramen open, novemberstormen zouden de stank wel verdrijven toch? Jammer dan, de auto heeft nog weken gemeurd. Ik kan nog steeds niet echt lachen om die herinnering, als ik er aan denk voel ik de woede weer. Toen ik die nacht weer binnen kwam in ons huis lag meneer rondom de toiletpot gewikkeld met zijn gezicht op de rand en de mond open. Ik heb vervolgens de gehele drankvoorraad uit de kasten gehaald en alles langs zijn gezicht in de wc-pot laten lopen. Heb toen gezegd dat ik nooit meer alcohol in huis zou halen.

De volgende dag kwamen mijn ouders op bezoek… en vanuit de keuken hoorde ik “Ko? waar de bier? Heb je nog geen boodschappen gedaan?” Na gehaaste voetstappen in de gang kwam mijn vader de woonkamer binnen met een vraag op zijn gezicht… kijken of ik er wel was omdat ik geen antwoord had gegeven. Ik weet nog dat ik, met mijn tanden en kiezen op elkaar geklemd, iets gesist heb in de trant van: het IS óp en het BLIJFT óp. Normaliter zou dat een discussie gestart hebben maar toen bleef het stil, kennelijk spuwden mijn ogen genoeg vuur.

Tegen mijn verwachtingen hebben heeft manlief nooit met een woord gerept over het feit dat er geen alcohol meer in huis kwam, Alleen met verjaardagen haalde ik een paar flesjes bier en verder niks. Wilde men die drinken konden ze eerst de autosleutels bij mij inleveren. Dat heeft voor vele ruzies gezorgd maar ik hield voet bij stuk. Ik wilde niet de last op mijn schouders dragen dat een gast van ons, met alcohol van ons in zijn lijf, een ander schade toe zou brengen.

Totaal verbijsterend, c.o.m.p.l.e.e.t. tegen mijn verwachtingen in ging 1 van onze kinderen wel drinken en raakte verslaafd aan die zooi en andere middelen, met desastreuze gevolgen. Nog steeds komt hier niet in huis door man – kind of mij bij het boodschappen halen. De enige drank die binnenkomt zijn de flessen wijn die bij de kerstpakketten zitten. En op manliefs verjaardag krijgt hij van mijn maandagmeneer een fles port, waar hij vervolgens weken over doet om die leeg te krijgen.

De laatste jaren is er volop aandacht voor de gevolgen van het roken en zijn de rokers meer en meer een paria in onze samenleving geworden. Ik ben dus zo’n paria! Het boeit me werkelijk geen fluit meer wat iemand van mij vindt omdat ik rook, men kan me krijgen zoals ik ben en wil men dat niet dan staat het men vrij het te laten. Natuurlijk heb ik genoeg fatsoen in mijn donder, als ook respect voor mijn medemens om niet te gaan zitten roken in de nabijheid van iemand die er niet tegen kan. Ik maak zelfs mijn huis extra schoon als ik mensen op bezoek krijg die er niet tegen kunnen, ik rook ook niet zolang dat bezoek er is maar … op een terras, op straat of waar ook in het openbaar, zodra iemand mij erop aanspreekt is het eerste dat ik doe mijn sigaretten tevoorschijn halen en er eentje op steken. Ik rook ook in mijn auto behalve wanneer ik een niet-roker bij mij in de auto heb. Logisch toch, vind ik niet meer dan fatsoenlijk.

Terug naar het onderwerp van deze Schrijfveren… ik verafschuw alcohol en kan niet onder woorden brengen hoezeer! Wees niet bang, je zult me heus niet horen als je in mijn bijzijn een drankje nuttigt maar zodra de gevolgen zich daarvan tonen wordt het een ander verhaal. Ik zal ook nooit en te nimmer bij iemand in de auto stappen die een slok achter de kiezen heeft. Vroeger als kind heb ik heel vaak ruzie met mijn ouders gemaakt omdat vader gedronken had, moeder hem verdedigde met ‘pa weet heus wel wat ie doet’… ik heb wat kilometers afgesjouwd om thuis te komen, dat kan ik je verzekeren *grijnssssss*.

Ik vind het ronduit belachelijk dat in onze wetgeving nog steeds geen stevigere ban is gelegd op alcoholmisbruik. Elk ziekenhuis ligt vol met slachtoffers, in veel gevallen de slachtoffers van hen die die zooi zo nodig achter in hun strot moesten gieten want ja die komen er altijd goed vanaf, ze zijn immers zo flexibel als een rekkertje. Maar nee…  onze staat verdient nog steeds teveel van dat gore slijk door de misbruik van het vloeistof met lading want ja hallo ik ben toch zeker niet zo dom om te begrijpen dat je dat gewoon moet drinken als je wilt dat iets gezellig is? En tja dat er veel slachtoffers zijn van huiselijk geweld door gepimpel wordt voor het gemak ook maar onder het tafelkleed geveegd want ja, als de drank is in de man is de wijsheid in de kan en dus kun je zo iemand niet kwalijk nemen dat er gemept wordt … ehhhhhhh?????????

Gepimpel… wat een woord eigenlijk… waar het simpelweg op neer komt is dat het een verslaving is, net als het roken en sinds de gezondheidszorg zich richt op kosten besparingen wordt de hetze tegen de rokers gevoed en daardoor loopt de staatskas veel geld mis dus hoppakee promoten dat vloeibare vergif want dat moet stromen, oh nee, ik vergis me, het geld moet blijven stromen… de staat viert hoogtij op haar gepimpel.

Ik ben hartstikke blij dat mijn (v)echtgenoot en mijn jeugd hier in huis, prima feestjes kunnen bouwen zonder dat goedje. Een feestje zit ‘m in de sfeer die je met elkaar creëert doordat je graag samen bent om gezamenlijk iets te doen dat je leuk vindt, maakt niet uit wat. Natuurlijk horen daar natjes en droogjes bij maar alcohol is 100% belachelijk onnodig én ruimschoots overbodig!

De staat is immers achterlijk genoeg om wel één of andere zoveelste zinloze geldput te verzinnen om nog meer van haar burgers te pukken toch?

Kortom:
Geen polonaise gepimpel aan mijn lijf, sterker nog, niet in mijn huis, niet op mijn erf!
Dat woord,  alles dat op dat woord betrekking heeft, mag van mij acuut in de collectieve vergetelheid.

Monstrueus

Thema Heldenreis – Schrijfveren van 13 april 2017

Toeval bestaat niet, roep ik altijd al, vandaag kreeg ik weer eens voor de zoveelste tigste keer het bewijs onder ogen toen ik de pagina van Heldenreis ~ Schrijfveren opende om te kijken naar wat het thema voor vandaag zou zijn… Een toepasselijker woord had er niet kunnen staan!

Nadat ik ruim een jaar geleden nu besloot dat het ‘zo niet langer kon’  en me weer eens op een nieuwe weg begaf om stabieler in het leven te kunnen staan kwam ik in aanraking met ‘Mindfulness’. Wonder boven wonder, verbijsterend, overweldigend en welke superlatieven ook meer, werkte het heel goed. Ik leerde de oefeningen, bracht ze in praktijk en gaandeweg kon ik veel dingen die ik al jaren niet meer gedurfd had toch weer doen, zij het dan binnen bepaalde kaders, die ik dan weer gaandeweg kon verbreden.  Begon met het afbouwen van de medicaties die jarenlang een soort van basis-stabiliteit moesten creëeren én in stand houden. Met vallen en opstaan lukte dat en een half jaar later gleed de ‘ laatste’ langs mijn huig en dat nog wel in de maand voor de meest afschuwelijke en moeilijkste maand die ik jaarlijks moet zien door te komen.

Continue reading “Monstrueus”

Taak

Thema Heldenreis ~ Schrijfveren van 9 april 2017: “Jouw taak in dit huis”

Ik ben geboren in de winter van 1962 en groeide op in een huishouding waarin de man en de vrouw hun rollen hadden, de vrouw bemoeide zich niet met de mannenrol en vice versa. Manlief is geboren in de lente van 1957 en groeide in identieke omstandigheden op. In die trant zijn wij dus ook beiden opgevoed.  Manlief was een gehoorzaam en volgzaam kind en vond alles best, is nog steeds zo, al is hij bijna 60. Ondergetekende daarentegen was zijn tegenovergestelde, ook dat is nog steeds zo glimlach.

Zolang als ik me kan heugen heb ik me aan die patronen gestoord, vond het zo’n onzin en dat vind ik nog steeds. Alhoewel we zogenaamd in de moderne tijd leven anno 2017 zijn er nog koppels die aan dit rollenpatroon vasthouden. Daar oordeel ik niet over, als het is wat die koppels willen, beiden, dan vind ik het goed. Ieder moet het doen zoals hij/zij dat het liefste wil, ik heb er immers niets meer noch minder om.

Als moeder in het ziekenhuis lag was vader de baas en dat vond ik heerlijk. Ik heb nog steeds haar,  ontzet van verontwaardiging, gezicht op mijn netvlies staan toen ze het antwoord van mijn broertje en mij. “nee hoor”, “Pa natuurlijk” op haar vraag ‘jullie missen mij zeker wel?’ ‘Wie kookt beter pa of ik?’  aangehoord had. Alsof het gisteren gebeurde, ligt het vers in mijn geheugen, dat mijn ouders ruzie hadden over het feit dat mijn moeder ziek op de bank lag en ze mijn vader vroeg of hij naar de dorpswinkel wilde gaan om maandverband te halen. Hij weigerde uiteraard. “en ik voor schut staan daar zeker? Iedereen kent me, iedereen ziet me, ben je gek geworden of zo?” Wie uiteindelijk op pad gestuurd werd om het dus wel te halen, kunnen jullie zo wel invullen neem ik aan, zonder dat ik dat letterlijk moet benoemen.

“Jouw taak in dit huis” … is een regel die nooit tussen manlief en mij is uitgesproken. Toen wij in 1983 gingen samenwonen werkten we beiden fulltime, hij op 10 minuten fietsen van huis en ik op 1 uur met het openbaar vervoer. Als ik ‘s avonds thuis kwam had hij altijd het eten klaar. Na het eten deden we samen wat er gebeuren moest, nooit een discussie over geweest. Op zeker moment stonden schoon-lui voor de deur, onaangekondigd. Terwijl zij de woonkamer inliepen zagen ze mijn handwerken op de bank liggen en dat manlief achter de strijkplank stond. Schoon-ma kreeg een rolberoerte. Schoon-pa klapte zijn zoon op de schouder en zei, met van plezier twinkelende ogen en een grinnik in zijn stem: “Goed bezig jochie’ . Het gesprek dat daarop volgde herinner ik me nog levendig, was geen aangename conversatie zoals jullie je vast wel zullen kunnen voorstellen. Schoon-ma had vanaf dag 1 geprobeerd zoon op andere gedachten te brengen want ja een toekomst met een luie vrouw, haar woordkeuze omdat ze vond dat mijn fysieke beperkingen aanstellerij waren. Het kwartje, dat zij ons daardoor juist nog meer naar elkaar toe dreef, is bij haar nooit gevallen. Ze sprak er schande van, mijn moeder deed daar volop aan mee. Onze vaders bemoeiden zich er niet mee maar waren ‘t duidelijk niet met hun vechtgenotes eens.

Door de jaren heen is ons huishouden nooit een kwestie van ‘Jouw taak in dit huis’ geweest. De dingen die gedaan moe(s)ten worden, gebeuren gewoon, de ene keer door hem, de andere keer door mij, maar net hoe het uitkomt qua tijd en thuis zijn en bovenal fysieke energie. Manlief gaat geen enkele klus uit de weg, ik kan helaas niet hetzelfde zeggen. Afwassen is er eentje van, ik boen liever 10 toiletpotten uit. Stofzuigen en dweilen moet hier dagelijks gebeuren, vind ik absoluut geen nare klussen om te doen maar mijn gewrichten denken daar helaas anders over. Als ik die klussen doe moet ik het naderhand bezuren. Ik doe die klussen dus ook niet zo vaak, 1 a 2 in de week ofzo, afhankelijk van de mobiliteit van mijn bewegingsapparaat. Eten koken, ook zo iets, afschuwelijk! Doe ik dus echt nooit, nou ja nooit is lang, maar bij hoogste uitzondering. Kippensoep bijvoorbeeld, die maak ik, al het andere doet manlief.

In mijn kindertijd was ik ‘het bokje’ zoals wij dat in het Gronings zeggen. De huishoudelijke klussen moesten gedaan en ik moest meehelpen, of ik nou tijd en zin had of niet. Broer hobbelde na het eten achter pa aan beiden zegen op de bank neer voor de tv. Ik kan me niet herinneren hoe vaak ik zo verontwaardigd en boos ben geweest om het feit dat ik wel moest helpen en hij niet. Het steevaste antwoord was: ‘omdat hij een jongen is’. Tssssssss
Na de middelbare school doorleren? Ik? Vergeet het maar! Ik was immers een meisje, dus ik zou trouwen en kinderen krijgen en man volgen en gehoorzamen, dus verder leren was een verkwisting van geld en tijd, aan die onzin zouden zij niet mee doen. Ehhhhh?????

Toen wij zelf kinderen kregen moesten zij uiteraard ook hun steentje bijdragen, wij werkten immers beiden en daarnaast had ik bergen aan vrijwilligerswerk en studeerde ik bovendien ook nog. Wij hebben nooit onderscheid gemaakt in klussen passend bij het geslacht, wat een idioterie en klinkklare kolder. Wij maakten onderscheid in de zin van leeftijd en mogelijkheid tot het dragen van verantwoordelijkheid die bij de klus paste  etc.

Inmiddels zijn we bijna 40 jaar samen als koppel, waarvan op een 8 maanden na 34 jaar getrouwd en terwijl ik dit zo zit uit te tikken zit ik op de bank met de benen omhoog en de flap op schoot. Manlief is in de keuken bezig met het eten. “Taken”, toebedeeld aan één van ons op basis van geslacht of welke andere ongein dan ook, dáár doen we niet aan, nooit gedaan ook, en dat zal ook vast niet veranderen.

Gevoelige snaren

Thema  Heldenreis ~ Schrijfveren van 6 april 2017

Een strijkinstrument heeft er een aantal, een contrabas maar 3 maar een pedaalharp 7 en daar tussenin zitten vele andere getallen en instrumenten. Als je hier even over nadenkt en je probeert voor te stellen wat de meest simpele aanraking met 1 zo’n snaar al teweeg kan brengen… hoe zit dat dan bij de mens? Geen mens is gelijk, betekent dat dan ook dat het aantal snaren in de ene mens ongelijk is aan die in de andere mens? Wat zijn dan gevoelige snaren? Zijn die in ieder mens gelijk op het verschil in aantal na of verschilt de gevoelige snaar per mens? Ik denk dat het laatste geldt.

Ik heb de mijne nooit geteld maar dat ik over een fors aantal beschik is iets dat ik absoluut niet betwijfel. De ene snaar staat strakker dan de andere, de ene reageert eerder dan de andere, de ene reageert beduidend feller dan de andere om nog maar te zwijgen van de wijze waarop ze reageren.

Mijn ‘vertrouwens-snaar’…
Staat superstrak, té strak zelfs, ik ben het me bewust maar al hoe graag ik ook wil, het lukt me niet om die snaar wat losser te krijgen. Wat is de waarde nog van ‘vertrouwen’ als je met regelmaat ontdekt dat mensen niet eerlijk zijn? Recht in je gezicht met een stalen smoelwerk tegen je liegen?  Als je iets met iemand deelt en het dan teruggekoppeld krijgt van iemand anders? Dat mensen, zelfs zij die tot het groepje ‘geliefden’ beho(o)r(d)en, uiteindelijk er al die tijd op uit bleken te zijn geweest om van jou te profiteren?  Als zelfs je eigen vlees en bloed dingen uitvreten die jij niet kunt verzinnen als eerlijk mens, om jou grote bedragen afhandig te maken? Dat zelfs eigen vlees en bloed jou keer op keer een mes in de ribben steekt? Als je je eigen vlees en bloed al niet meer kunt vertrouwen wie dan nog wel?

Mijn ‘dieren-snaar’ …
Ik probeer ‘slecht’ nieuws te mijden aan de ene kant maar aan de andere kant deel ik het wel als ik het onder ogen krijg, mijn afschuw delen, mijn verdriet en onbegrip daarover. Al sinds dag 1 dat het mogelijk werd, haal ik dieren uit het asiel. Heb me jaren als vrijwilliger bij die dierenbescherming ingezet en heel veel voorbij zien komen. De zogenaamde ‘agressieve honden’ bij bepaalde situaties… bleken in 9 van de 10 gevallen 7 kleuren stront van angst te schijten.  ‘afmaken = vals’ bla bla meer van die ongein heb ik zo vaak moeten aanhoren. De misstanden die ontstaan als een bepaald ras / diersoort een hype wordt is schrikbarend. Het leed dat wereldwijd aan dieren wordt aangedaan is onbeschrijflijk. Door dieren te helpen steun ik naar beste vermogen, al is het dan maar een minuscuul druppeltje op een gloeiende plaat ter grootte van onze planeet.

Mijn ‘kinderen-snaar’…
Als moeder van 2 die beiden een heftig verleden hebben met meervoudig seksueel misbruik heb ik antennes. Ik zie alarmbelletjes bij sommige mannen, sommige vrouwen, en ook sommige kinderen. In het laatste geval vraag ik me altijd weer af:  ‘Weten de ouders het? Zijn de ouders de daders? Zeg ik iets? Zwijg ik?’ Ik zwijg omdat laf ben. Als mij alarmbelletjes blijven rinkelen dan draai ik 0900-1231230 (AMK). Dat is dus al een aantal keren voorgekomen.

Mijn ‘weten -snaar’…
Ik ben bij lange na niet de intelligentste persoon op deze aardkloot maar ook niet de domste. Met veel diploma’s in de map én 54 jaar ruim levenservaring weet ik veel. Ik heb een vrij logisch denkvermogen dus kan ik ook vaak dingen invullen en zit ik er zelden naast. “Kennis is macht” is een spreuk die we allemaal kennen maar het is wel eentje waar ik het niet mee eens ben want kennis kan ook dingen oproepen waar je niet blij (-er) van word.

Mijn ‘voelen-snaar’…
Ik ‘weet’ vaak dingen die ik niet kan weten, dingen die ik nog nergens gelezen, gehoord of gezien heb maar toch weet ik ze. Ook ‘weet’ ik vaak bij andere mensen dingen op te pikken zonder dat ze die mij vertellen. Daar heb ik geen controle over, dat komt en gaat, hangt van mijn bui af en van die andere persoon. Er zijn gaandeweg dingen gebeurd die onverklaarbaar zijn, het ‘sixth-sense’-idee of het ‘Déjà vu’-gevoel.  Het gevoelig zijn is dus absoluut niet per definitie een zegen.

Nou zijn dit er maar 5… maar er zijn zoveel meer. Als je gezegend bent met een bipolaire stoornis krijg je er automatisch ‘triggers’ bij. Allemaal kleine en grote snaren die je leven enorm bepalen, die jou ook veel kunnen beletten. Eén van mijn grootste triggers is geluid. Anderen zijn oa kleuren, geuren, afgesloten deuren, gebrek aan uitgang – vluchtroute. Veel van die dingen zijn onontkoombaar zodra je je huis uitstapt. In huis kun je het nog enigszins reguleren, tenzij ze natuurlijk alleen woont en dat doe ik nou eenmaal niet. Als dan behalve je geest ook je lijf reageert op die triggers en je dus een rijtje van ongemakken aan je lijstje kunt toevoegen, is het dus telkens nodig jezelf tot iets te dwingen om te voorkomen dat je een kluizenaar word die het huis nooit meer uitkomt. Die dwang pas ik dus ook toe in mijn vrijwilligerswerk maar zeker ook in het theater bij Jeans en op locaties waar ik ben met mijn camera. Door me te focussen op iets, de camera bijvoorbeeld, lukt het vrij goed al zorg ik er wel altijd voor dat ik niet alleen ben en iemand bij me heb die weet wat er kan gebeuren en hoe dan te handelen. Sinds ik besloot het zonder chemische troep te willen doen zijn mijn snaren logischerwijze behoorlijk verscherpt, was me ook voorspeld, ik heb best momenten dat ik denk: ‘gekke Henkie, waarom moet ik willen wat anderen ook niet lukt, hup naar de apotheek en ophalen die zooi’…
Dat heb ik nog steeds niet gedaan omdat ik dat niet wil maar of mijn wil sterk genoeg zal blijven? Ik weet het niet, echt niet, de tijd zal dat moeten leren.

“Gevoelige snaren”… als ik heel eerlijk ben… zou ik graag een ‘chirurg’ vinden die ze uit mij kan snijden, liever gisteren dan vandaag. Wellicht kan ik dan geheel objectief alles dat op mijn pad komt met open armen verwelkomen en omarmen zonder welke vorm van gereserveerdheid dan ook. Wie weet verdwijnen dan ook zelfs wel mijn,  zo diep mogelijk weggestopte dan wel zo zwaar mogelijk onderdrukte, dingen-die-ik-niet-wil-benoemen.
Utopia is dus ook niet vrij van ‘gevoelige snaren’? Waarom zou ik er dan naartoe willen?

Voorland – Achterland

Thema Heldenreis – Schrijfveren 3 april 2017

Wanneer het startte herinner ik me niet maar ik was al heel jong gefascineerd van muziek in alle vormen, ik wist ook al heel jong hoe de pick-up in de woonkamer werkte en luisterde de platen die mijn ouders hadden. Veelal Duits- & Nederlandstalige hoem-papa die ik links liet liggen maar de klassieke lp’s en de lp’s met instrumentale, al dan niet specifieke dansmuziek, draaide ik grijs als ik de kans kreeg, die kreeg ik wel want ik was vaak alleen thuis. Ik wilde ook leren dansen, zingen en musiceren. Het laatste van die 3 mocht ik vanaf mijn 7e, de dochter van een broer van mijn vader speelde accordeon en ik moest dat ook doen, de competitiestrijd tussen de broers werd over hun dochters ruggen uitgevochten. Amper 10 jaar, nog op de lagere school mocht ik na schooltijd bij diverse kwekers in het dorp helpen om zo wat centjes te verdienen. Die potte ik op voor nr. 1 en 2 van dat drietal. Dansen kwam als 2e, na de muziekles. Ik was 12 toen ik in een horecagelegenheid mocht gaan werken en dus meer centjes verdienen kon, dat was nodig want dansen was duur. Mijn voorland toen… daar droomde ik elke nacht van… een eigen dansschool… Toen ik op mijn 16e mijn rug brak veranderde dat voorland in ‘rolstoel voortaan’ . Mijn achterland is God-Zij-Dank niet de rolstoel geworden.  Het voorland; een leven vol beweging in muziek werd een achterland met mijn minst edel deel geplant op een stoel in diverse bankfilialen.

Ik trouwde jong. Niet dat manlief dat trouwen nou zo noodzakelijk vond maar wij wilden beiden heel graag kinderen. Ons voorland was een groot gezin. Ongetrouwd moeder worden zag ik toch echt niet zitten. Die kinderen kwamen er tot ons grote verdriet niet in het aantal dat wij beiden zo graag hadden gewild. Ons achterland werd getekend door het verlies van 4 en het mogen behouden van 2 waarvan de laatste ook nog geboren werd nadat het kinderen krijgen mij al verboden was, een gelukkig ongelukje met goede afloop, zo te zeggen!

Inmiddels zijn we 25+ jaren verder. De afgelopen jaren is er niet nagedacht over voorland noch achterland. Toen ik zojuist dit thema zag staan bij Heldenreis-Schrijfveren vloog er van alles kris kras door mijn hoofd. Een mens droomt van de toekomst en die dromen zijn meestal, althans daar ga ik van uit, mooi gekleurd en meestal realiseren we ons tijdens het dromen van die dromen niet dat het slechts utopieën zijn. Het leven loopt immers zo het loopt? Je moet immers je bord uitlepelen ondanks dat je zelf weinig tot geen invloed hebt op wat je erin geschept krijgt? Ieder mens krijgt zijn portie zorgen en leed te verstouwen, ook wij zijn daarop geen uitzondering. Wij hebben veel zorgen, veel verdriet ook,  maar we zijn gelukkig wel in staat tevreden te zijn met wat we hebben en ons daarop te richten ipv zwelgend in zelfmedelijden in een hoekje weg te kruipen.

Ons achterland is er eentje met veel ‘bagger’ op diverse niveaus. Dat heeft uiteraard gevolgen gehad op hoe we het leven moesten aanvaarden en beleven, dat is nog steeds zo en dat zal ook niet veranderen. Dat achterland is elke dag aanwezig, soms als een zacht briesje die niet storend is, soms ook als een orkaan die de boel op de kop zet.
Ons voorland is onbekend, daarover denken we ook niet meer na, we nemen de dag per dag. Wat morgen komt zien we morgen wel weer en zo niet dan maar niet dan is het ook goed. Met de zorgwekkende situatie rondom pensioenen en beschikbaarheid, of beter gezegd, afwezigheid, van het mogen gebruik maken van benodigde zorg is het voorland geen beste als je tot de arbeidersklasse behoort. Daar nu al van wakker liggen is zinloos, die gedachten toelaten in het hoofd veroorzaakt alleen maar meer onrust en angst. Foute triggers voor iemand die 24/7 probeert zich niet al te veel, zo weinig mogelijk het liefst, door haar bipolariteit van de wijs te laten brengen.

Bij het ouder worden hoort onontkoombaar ook de lichamelijke aftakeling. Dat kun je geestelijk wel willen weigeren te accepteren maar het lijf laat zich niet negeren. De kwalen waarmee we beiden gezegend zijn doen daar nog een paar schepjes bovenop. Ons achterland, dat we veel konden en altijd een volle agenda hadden met talloze taken is veranderd in een agenda die we bewust vullen dan wel leeg houden. Ons voorland daarin zal ongetwijfeld meer lege plekken in die agenda’s veroorzaken omdat fysieke rust steeds belangrijker gaat worden. Plus natuurlijk dat wat nu nog verborgen is… dat wat we nog in ons bord geschept krijgen en we moeten uitlepelen of we nou willen of niet?

Over het achterland mijmeren en misschien spijt hebben in de trant van ‘had ik toen maar zus…had ik toen maar zo…’ heeft geen zin, je kunt het verleden immers niet veranderen? Over het voorland dromen valt in diezelfde categorie want je kunt nog zoveel willen maar of je het ook ontvangen zal is en blijft de vraag. We richten ons dus maar niet op het achterland en evenmin op het voorland al blijven we natuurlijk dromen van mooiere tijden, wie niet, doet toch iedereen?
We richten ons dus maar zo goed en kwaad als het gaat op het ‘heden-land’ want dat is onze realiteit, niets meer en niets minder.