Sterk

Zing Zo limerick
Schrijf jij ook een limerick?
Geef mij dan alsjeblieft je link zodat ik die erbij kan zetten….
Frederique
Marja
Rietepietz bij Marja
Ria

sterk

Het dierenrijk is zó bijzonder!
Elk wezen, hoe vreemd ook, een wonder!
Onzichtbaar zo klein,
heel teer en ragfijn,
dauw op een plu met slak eronder.

Het roept toch steeds weer op die vragen,
hoe kan een slak zijn huisje dragen?
‘k Heb echt geen idee,
hoe hij zeult ermee,
én dat zonder morren of klagen.

Dit plaatje, mij vrijdag geschonken,
mijn Zing-Zo was gelijk beklonken.
Nu de woorden nog,
met rijm op mijn blog.
Nu kan ik er hier toch mee pronken. 😉

Water

MARJA

Maandag op terugweg van de Keukenhof naar huis reden we niet via de a27 terug maar via de a6. Ik wilde door de polder bij Emmeloord oversteken naar Zwolle. Terwijl wij daar zo reden ging het gesprek over het vele werk dat er was verzet om het water te laten verdwijnen en er land voor in de plaats te scheppen. Indrukwekkend toch hoe die grote Zuiderzee, het latere Ijsselmeer, deels verdween om de Flevopolder te laten ontstaan. Mijn maandagmeneer is een ‘stukkie’ ouder dan ik en hij wist zich nog veel meer te herinneren…. Ik bedacht me tijdens dan gesprek: ‘ik heb mijn zwijmel voor zaterdag, nu maar hopen dat hij op Joetoep staat.’

En zowaar, hij stond er, in meerdere versies ook nog. In mijn hele jonge jaren werd bij ons thuis een lied met regelmaat gedraaid en tot mijn verbazing ken ik de tekst ook nog zo goed als volledig uit mijn hoofd, en dat terwijl ik dat lied toch al jaren niet meer gehoord heb. De versie die ik koos bevat een filmpje van iemand die het in 2010 maakte.

Opa, kijk ik vond op zolder
‘n foto van een ouwe boot,
is dat nog van voor de polder,
van die ouwe vissersvloot.
Jochie, dat is ‘n gelukkie,
ik was dat prentje jaren kwijt.
‘k Heb nou weer ‘n heel klein stukkie,
van die goeie ouwe tijd.

Daar is het water, daar is de haven,
Waar j’ altijd horen kon, we gaan aan boord.
De voerman laat er nou paarden draven
en aan de horizon, leid Emmeloord.
Eens ging de zee hier te keer,
maar die tijd komt niet weer,
Zuiderzee heet nou IJsselmeer.
‘n Tractor gaat er nou greppels graven,
‘k zie tot de horizon geen schepen meer.

Kijk, die jongeman ben ikke, ja, ikke was de kapitein.
Hiero, en die grote dikke, ja, dat moet malle Japie zijn.
Opa, en die blonde jongen, vooraan bij de fokkeschoot?
Opa, zeg nou wat!
Die jongen, is je Ome, die is dood.

In ‘t diepe water, ver van de haven,
In die novembernacht, voor twintig jaar.
Door ‘t brakke water is hij begraven,
Maar als ‘k nog even wacht, zien wij elkaar.
Toen ging de zee zo tekeer, in een razend verweer.
Ongestraft slaat niemand haar neer.
Nu jaren later, hier paarden draven,
Zie ik de hand en macht, van onze Heer.

Waar is het water, waar is de haven,
Waar j’ altijd horen kon, we gaan aan boord.
De voerman laat er, z’n paard nou draven
En aan de horizon leid Emmeloord.
Eens ging de zee hier tekeer, maar die tijd komt niet weer.
‘t Water leid nou achter de dijk.
Waar eens de golven, het land bedolven,
Golft nou een halmenzee, de oogst is rijk.

Uilskuiken / Wiebelig

REISMEERMIN

Weken, nee, maanden… waren voorbij gekropen. Wat waren er tranen gevloeid, er waren momenten geweest waarop ze ernstig bevreesde nooit meer te zullen stoppen met het huilen. Huilde ze niet van pure onmacht dan wel van kolkende woede. Het ene moment intens verdrietig en een volgend moment waanzinnig boos op die ene persoon die haar dit aangedaan had. Nachtenlang lag ze wakker met woeste en wilde wraakplannen, ze wilde wel dit, ze wilde wel dat, ze wilde wel zus, ze wilde wel zo… maar ja, al haar ideeën zouden ten allen tijde onuitvoerbaar zijn.

De boodschap dat ze nooit meer op haar benen zou kunnen staan, laat staan lopen, de rest van haar leven zwaar afhankelijk zou zijn van de zorg en hulpvaardigheid van anderen, zich alleen maar voort kunnen bewegen in een rolstoel…. was keihard aangekomen. De opdracht zich zo weinig mogelijk te bewegen, ‘s nachts vooral op haar rug te blijven liggen en dus niet te gaan woelen en draaien… had ze met gefronste wenkbrauwen aangehoord. Zij, zo beweeglijk als water moest zich zo stijf als een plank houden? Dag in dag uit, 24 uur per dag en dat voor de komende periode waarvan niemand kon zeggen hoe lang die zou gaan duren? Waren ze nou helemaal van Lotje getikt? Niemand kon dat toch? Zeker niet een kind van 16! En zo kwam het dus steeds vaker voor dat de riemen aan haar bed om haar enkels en polsen gebonden werden om haar bewegingsvrijheid zoveel mogelijk te beperken.

Na enige tijd was er iemand die een andere mening was toegedaan dan de rest. Hij wist wat zij wilde en hij besloot haar zoveel mogelijk te helpen. Na maanden intensieve training kwam daar die dag waar ze zo lang naar uitgekeken had. De dagen ervoor waren ze begonnen met het zichzelf op de kracht van haar armen uit het bed in een rolstoel te laten zakken. In een andere ruimte werd ze op een kantelbed gelegd dat langzaamaan, elke dag een stukje verder, rechter-op kwam te staan. Ondertussen had ze dikke spierballen gekweekt want ook op dat kantelbed mocht ze geen gewicht op haar voeten laten zakken. Weer enige tijd later mocht dat dan wel en kwam de dag dat ze opnieuw moest leren lopen. Spannend!!!

Ze werd uit bed geholpen, haar gewicht vanaf het matras meer en meer naar haar voeten verplaatsend tot uiteindelijk alle gewicht op haar voeten rustte. “Zet nu je linkervoet een paar centimeter vooruit” kreeg ze te horen. Ze staarde naar beneden en zag hoe haar voeten naast elkaar bleven staan. Huh? Wat was dat nou? Waarom deden ze niks? Wat stond ze daar nou? Ze besefte dat haar brein niet meer wist hoe het moest. Haar steun en toeverlaat er nog steeds en hij hielp haar. Wiebelig, voetje voor voetje kwam ze uiteindelijk een paar meter vooruit! Het gevoel een uilskuiken te zijn was gelukkig ook na een paar dagen verdwenen.

WE-300 – Twisten

Plato – WE300.

Frank keek in het rond en zonder de glimlach van oor tot oor, waardoor elke aanwezige zich als enige speciaal welkom geheten voelde, van zijn gelaat te laten verdwijnen vroeg hij zich af hoe hij dit varkentje moest wassen…. hij hield wel van een uitdaging, daar niet van, maar dit? Dit was wel de ultieme uitdaging zo op het eerste oog! Het ging niet om één varkentje immers? Snel telde hij de aanwezigen…. jeetjemekreetje, 10 ‘varkentjes’ maar liefst, en niet één was minder gewichtig dan de andere. Dat zou een hele klus worden. Hij zuchtte onzichtbaar en onhoorbaar en met de liefste en charmantste stem die hij kon opzetten begroette hij ieder lid van de groep, door hem met diens naam aan te spreken en de hand te schudden, hartelijk welkom te heten.Nadat hij daar klaar mee was liep hij terug naar zijn eigen plaats terwijl hij zich afvroeg of hij de handdoek in de ring zou gooien of niet. Opgeven? Nou echt niet! Hij was hier niet voor zijn plezier maar met een opdracht en die zou geklaard worden, hoe dan ook!

Ruim een uur later liep Frank naar zijn plaats terug. Het zweet parelde van zijn voorhoofd; pfew dat was een inspannend en spannend uurtje geweest. Hij draaide een knop om, trok een stoel bij en nam plaats. Het geluid om hem heen vertelde hem dat iedereen inmiddels zijn voorbeeld had gevolgd. Een aantal obers kwamen binnen en zetten iedereen de bestelling voor die ze eerder die middag hadden ingediend.

Weer een half uur later zette Frank weer een knop om, hij hoorde hoe stoelen achteruit geschoven werden en enthousiaste voeten zich verplaatsten terwijl Chubby Checker uit de speakers schalde en iedereen deed wat hij hen toe zong: “Lets twist again”.