Zing-Zo

Zing-Zo

Zing-Zo: Limerick op Zondag.

Schrijf jij er ook eentje, mag ik dan je link?

Zing mee met de Zing-Zo’s van: MARJA & RIETEPIETZ

morningsmelodymusicnl

Hoe stil en kalm staat daar die molen
van wiekendraai lijkt hij bestolen
het zit hem niet mee
dus wacht hij gedwee
tot molenaar stopt met ronddolen.

De molen wil wel weer gaan draaien
en daarvoor producten ook graaien
rond draait dan zijn wiel
zo blijft hij mobiel
zodat er fijn graan valt te snaaien.

De bakker kan dan weer gaan bakken
warm brood dat niet in zal gaan zakken
met jam of met kaas
een plak ossenhaas
lekker in handen vastpakken.

WE-300

WE-300

Plato – Indrukken.

Die ochtend bij het opstaan was alles nog oké. De les waarmee haar schooldag moest beginnen vond ze de meest onzinnige van allemaal. Nog bespottelijker was het dat ze ‘s ochtends vrij was en de lesuren ‘s middags plaatsvonden. Voor het eerst in haar leven sprak ze hoorbaar haar ‘spijbel-zin’ uit waarna vader zijn afkeuring niet onder stoelen of banken stak en een straf beloofde die haar deed schateren van het lachen, wat vader op zijn beurt absoluut niet kon waarderen. Ze pakte haar tas en jas, zuchtte onhoorbaar, en ging op weg naar de bushalte.

Staande onderaan het trapgewelf keek ze omhoog. Welke idioot had verzonnen dat het klaslokaal voor het eerste lesuur zich op de zolderverdieping moest bevinden? Een half uur later hing ze als een slappe vaatdoek tussen 2 klasgenootjes in die haar de trap afhielpen en naar de directeurskamer brachten. Die belde moeder, die op haar beurt vader belde. Enige tijd later werd ze achterin een klein autootje gewurmd.

Later die middag lag ze, van onderzoeken uitgeput, in een bed na een strenge vermaning zich vooral niet te bewegen! Als men zou zien dat ze zou proberen zich bijvoorbeeld om te draaien dan zou men haar aan haar handen en voeten vastbinden. Ze keek naar boven en zag over haar bed heen een kromme beugel met daaromheen gewikkeld een snoertje met aan diens uiteinde een rond dopje met in het midden een rood knopje. De enige beweging die ze mocht maken was met haar rechterarm gestrekt dat rode knopje aanraken… maaaaaaaar pas op dat moment dat ze écht iets nodig had! Ze was zo streng toegesproken dat ze zich niet verroeren durfde, tot ze dat niet meer vol kon houden, ze pakte ze dat dopje vast en kneep met haar duim dat rode knopje in.

Zwijmelen op Zaterdag

Zwijmelen op Zaterdag

MARJA

Afscheid nemen moeten we allemaal meermalen gedurende ons leven, soms doen we het omdat we er bewust voor kiezen maar vaker worden we ermee geconfronteerd en moeten we het accepteren of we nou willen of niet… een lied dat ik erg mooi vind en over afscheid gaat is dus vandaag mijn keuze. Een lied van ver voor mijn tijd, het geboortejaar van Joop dat dan weer wel, een zanger waarvan vele vrouwen droomden en over/bij zwijmelden, zelfs nu nog, 15 jaar na zijn overlijden…

Where are you
Where have you gone without me
I thought you cared about me
Where are you

Where’s my heart
Where is the dream we started
I can’t believe we’re parted
Where are you

When we said goodbye love
What had we to gain
When I gave you my love
Was it all in vain

All life through
Must I go on pretending
Where is my happy ending
Where are you

When we said goodbye love
What had we to gain
When I gave you my love
Was it all in vain

All life through
Must I go on pretending
Where is that happy ending
Where are you
Where are you

Invalshoek – ‘Aaneenflansen – Desperaat’

Invalshoek – ‘Aaneenflansen – Desperaat’

REISMEERMIN

Al vroeg in haar leven kwam er allerlei narigheid op haar pad en concludeerde ze met regelmaat dat het er alle schijn van had dat zij niet voor het geluk geboren leek te zijn. Zou de dag dat ze geboren was ermee te maken hebben misschien? Geboren in de nacht van zondag op maandag was ze zeker geen zondagskind maar een maandagskind, wellicht zelfs wel een ‘blauwe-maandagskind’?!

Terugkijkend realiseerde ze zich dat ze een andere mening over zichzelf had dan vele andere mensen die haar in meer of mindere mate goed kenden. ‘Iedereen’ schreef haar altijd een ijzeren doorzettingsvermogen toe, men prees haar veelvuldig om haar innerlijke kracht en de onverbrekelijke wil zich niet door wie of wat dan ook onderuit te laten halen. Men bewonderde haar als ze weer was opgestaan nadat ze weer eens snoeihard op haar ‘b*k’ was gegaan.

Zijzelf dacht daar heel anders over. Ze vond zichzelf maar een slappeling, eentje die zich alles liet aanpraten, die zich telkens weer liet bepalen door haar wens ‘geaccepteerd’ te worden om wie ze was en hoe ze was. Ontelbare malen ontdekte ze in zulke terugblikken dat ze zichzelf nooit op de eerste plaats zette maar telkens iets of iemand de voorrang verleende. Het spreekwoord ‘wie goed doet, goed ontmoet’ was, hoe cliché ook, er toch zeker niet voor niets? Een rotsvast vertrouwen in het goede van ieder mens weigerde ze jarenlang steevast los te laten. Ze leerde op pijnlijke wijze dat de meesten mensen zich alleen maar goed voor deden terwijl ze van binnen totaal verrot waren. Zij voelde zich een tijdlang slachtoffer en ongemerkt trok ze die mantel dan ook steeds vaker aan tot daar die ene dag kwam en een wijs iemand haar vertelde dat niet een ander haar in de hoek zette waar altijd de klappen vielen maar dat ze zich daar zelf telkens plaatste en als het ware de mensen zelfs uitnodigde om haar te slaan, ze deelde nog net niet zelf de stokken daartoe uit.

Ze besefte dat dat de waarheid en niets anders dan de hele waarheid was en besloot een andere koers te gaan varen. Enkele jaren later stond ze anders in het leven, ze nam de dingen zoals ze kwamen. Leerde te schakelen tussen emoties en had zichzelf steeds beter onder controle. Ze had van zichzelf geaccepteerd dat ze enkele dingen niet (meer) kon maar dat er tegelijkertijd vele andere dingen waren waar ze ontzettend van genoot. Eén van haar lijfspreuken werd ‘tel uw zegeningen’, naar een lied dat ze kende en dat bijna dagelijks wel eens door haar hoofd en hart speelde. Ze besloot vervolgens dan ook nooit meer iets te doen waarvan ze van te voren al wist dat het haar geen goed zou doen, ongeacht wat een ander er dan ook wel of niet van zou vinden. Het leven was van haar en zij wilde het leven leven zoals zij dacht dat het goed was. Ze hield rekening met haar dierbaren en zou naar de andere kant van de wereld voor hen gaan om een wens te vervullen maar niet wanneer dit voor haar een hel zou opleveren. De grenzen waren ineens erg duidelijk en die zou ze bewaken en bewaren.

Ze flanste de dagen aaneen, probeerde het beste te zien in alles en iedereen en was ook niet van plan die houding te veranderen. Met de moed der wanhoop, op het desperate af soms, vervlocht ze moeilijke momenten die soms ondraaglijk aanvoelden, met mooie en intens gekoesterde herinneringen en dwong ze zichzelf op andere gedachten door ad hoc haar schoenen aan te trekken en haar camera ter hand te nemen om buiten iets moois vast te leggen. Haar fysieke én mentale beperkingen, die haar 24/7 in haar bewegingsvrijheden beletten werden omgezet in dingen die ze wel kon, ze liet de woede naar zichzelf toe los en weigerde zich voortaan nog op die onmogelijkheden te richten maar juist op de mogelijkheden en om die dan ook zoveel mogelijk te benutten en ervan te genieten! Ze merkte tot haar grote voldoening dat het haar steeds beter afging de G van het Grote Genieten tot in haar botten door te laten dringen en de minder-leuke dingen een plekje te geven zonder ze te veroordelen, zogenaamd accepteren als onveranderbare gebeurtenissen. Ze bleef echter ook een mens met hart en ziel, waarvan ze zelf wist dat die op de goede plek zaten en waarbij ze ook heel stellig zichzelf telkens maande: ‘niets of niemand kan mij gelukkig maken behalve ikzelf en dat geldt ook voor het tegendeel!’.